Wachtlijsten negeren doet ze nog niet verdwijnen

Wachtlijsten negeren doet ze nog niet verdwijnen

Een jonge vrouw uit het publiek, op een debat enkele weken voor de verkiezingen, vertelde hoe haar schoonbroer leeft met een ernstige handicap en permanente zorg en ondersteuning nodig heeft. Zijn ouders krijgen het niet meer gebolwerkt, dus blijft zij nu thuis om die zorg op zich te nemen. Zonder morren, met veel liefde.

Een tijdelijke oplossing, dacht ze, tot hij het zorgbudget ontvangt dat de Vlaamse overheid hem heeft toegezegd en dat hij nodig heeft voor professionele zorg, permanente hulp aan huis of een plek in een voorziening. Helaas moesten ze vervolgens horen dat hij nog even geduld zal moeten hebben voor hij dat budget, en de zorg en ondersteuning die eraan vasthangen, ook effectief krijgt. Precies omdat zijn schoonzus nu voor hem thuisblijft, belandt hij op de wachtlijst met de laagste prioriteit. En op die wachtlijst duurt het twintig jaar voor hij aan de beurt is.

Ze was boos, die jonge vrouw. Boos, omdat haar schoonbroer niet de zorg krijgt die hij nodig heeft. Boos ook, omdat zij gedwongen wordt haar leven op pauze te zetten, niet voor even, maar twintig jaar lang. Ze is afgestudeerd, ze wil werk zoeken, zelf haar leven kiezen – ze zal moeten wachten. Nog zeker twintig jaar.

Het is jammer genoeg geen bijzonder verhaal. Vandaag wachten bijna vijftienduizend volwassenen met een handicap, en hun omgeving, op het zorgbudget dat hen is toegezegd. Jaar na jaar worden die wachtlijsten langer, jaar na jaar wordt van de mensen op die wachtlijst en van hun naasten meer geduld gevraagd. Vijf jaar wachten, tien jaar wachten, twintig jaar wachten – voor ze de zorg en ondersteuning krijgen die ze zo hard nodig hebben.

Hoe gaan we als samenleving antwoord bieden op die uitdaging? Welke nieuwe Vlaamse regering er ook komt: welk antwoord zal zij geven aan die mensen op de wachtlijst en aan hun omgeving?

Het volstaat niet er stilletjes over te zwijgen, in de hoop er niet publiek op afgerekend te worden. De wachtlijsten negeren, doet ze niet verdwijnen. Het volstaat ook niet te zeggen dat we moeten streven naar zorg­garantie, zonder dit concreet te maken, zonder ook effectief de middelen vrij te maken die hiervoor nodig zijn: woorden zijn lucht.

Elke politicus die erin slaagt het budget voor personen met een handicap de komende legislatuur met nog eens 300 miljoen euro te verhogen, evenveel als de afgelopen legislatuur, zal zich trots op de borst kloppen. Maar geen enkele politicus zal durven te zeggen wat de consequenties zijn van een budgetverhoging van ‘maar’ 300 miljoen euro: wachtlijsten die nog langer worden dan ze vandaag al zijn.

Personen met een handicap op de wachtlijst met de hoogste prioriteit, zullen in dit scenario meer dan zes jaar moeten wachten op de nodige zorg, mensen op de wachtlijst met lagere prioriteit, ­ zoals de schoonbroer van de jonge vrouw, ­ zelfs drieëntwintig jaar, tonen simulaties van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. 300 miljoen euro extra is veel geld. 300 miljoen euro extra is zelfs nog geen begin van een oplossing.

Om de vijftienduizend volwassenen met een handicap aan wie een zorgbudget is toegezegd maar die ‘voorlopig’ geparkeerd staan op een wachtlijst, en dus niet de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben, van die wachtlijst te halen, is een permanente budgetverhoging nodig van 670 miljoen euro.

Om te vermijden dat vervolgens nieuwe wachtlijsten ontstaan, moet het budget de komende regeerperiode elk jaar opnieuw met nog eens 150 miljoen à 160 miljoen euro verhoogd worden. Het aantal mensen met een handicap blijft immers stijgen, een consequentie van medische door­braken en stijgende levensverwachting, ­ ook van personen met een handicap.

Het gaat om een smak geld, zeker, maar het verhaal van de schoonzus wier leven op pauze staat, maakt op z’n minst dit duidelijk: we kunnen er als samenleving niet voor kiezen de kosten van de zorg en ondersteuning van personen met een handicap niet te dragen.

Er is altijd iemand die de prijs betaalt. Doen we het niet collectief, als gemeenschap, dan zijn die kosten nog niet verdwenen. Het betekent alleen dat we ze afwentelen op de personen met een handicap zelf, en op hun naasten. Zij staan er alleen voor.

De onderhandelingen voor een nieuwe Vlaamse regering spelen zich af in het schemerdonker. Hoe we een antwoord willen bieden op de wachtlijsten voor personen met een handicap verdient echter een maatschappelijk debat, in het schelle licht van de schijnwerpers.

Het publiek moet weten wat de uitdaging is, mee nadenken over de mogelijkheden die we hebben als samenleving, wat de consequenties zijn van de keuzes die we maken – voor de personen met een handicap zelf, voor hun omgeving, voor de hele samenleving. Zodat eindelijk iedereen weet waar ze aan toe zijn.

Er is genoeg gewacht.

—Deze bijdrage verscheen eerder in De Standaard.

Koolstofgrensheffing is een no-brainer

Koolstofgrensheffing is een no-brainer

Hoge burn-out cijfers: menselijkheid aan de kant voor 'wetten van de markt'

Hoge burn-out cijfers: menselijkheid aan de kant voor 'wetten van de markt'