Is arbeidsmarktbeleid politiek?

Is arbeidsmarktbeleid politiek?

Is arbeidsmarktbeleid politiek?

Hoe het journaal politiek beleid depolitiseert.

Dit artikel verschijnt eveneens in het Frans.

Samenvatting

Het arbeidsmarktbeleid, en ons sociaal model, zijn sinds de jaren 1980 sterk geëvolueerd. Over die hervormingen wordt veel gesproken in het publieke debat, maar hebben we het ook over de politieke keuzes die aan die hervormingen ten grondslag liggen? En vooral: wordt er erkend dat alternatieven mogelijk zijn? Een recente studie die televisie-journaals vergelijkt in Franstalig België en in Frankrijk, toont dat arbeidsmarktbeleid er wel regelmatig aan bod komt, maar doorgaans ‘gedepolitiseerd.’ Met andere woorden: mediadebatten beschrijven vaak beperkingen of effecten van het arbeidsmarktbeleid, of strategieën rond het arbeidsmarktbeleid, maar erkennen zelden echte alternatieven. Vakbonden en, in mindere mate, mensen die rechtstreeks door het arbeidsmarktbeleid worden getroffen, zijn de actoren die deze kwesties het meest politiseren. Dat werpt een vraag op die cruciaal is voor onze democratie: hoe kunnen we collectief debatteren over regels die ons leven structureren wanneer mogelijke alternatieven niet op tafel liggen?

Inleiding

Arbeidsmarktbeleid raakt de kern van ons economische en sociale model: toegang tot werk, arbeidsvoorwaarden, sociale rechten, uitkeringen, activering, opleiding, financiering van de sociale zekerheid. Arbeidsmarktbeleid heeft een rechtstreekse impact op onze levensloop, op ongelijkheden en ook op de gezondheid van mensen. Met die grote impact conditioneert het arbeidsmarktbeleid zo het democratisch functioneren van onze samenleving.

Willen zulke beleidsmaatregelen als legitiem worden erkend, dan moeten ze — en de beslissingen die ze vormgeven — een draagvlak bij burgers verwerven, wat rechtvaardiging én een publiek debat veronderstelt. Dat roept de vraag op in welke mate arbeidsmarktbeleid in het publieke debat gepolitiseerd of net gedepolitiseerd wordt.

In dit onderzoek werpen we daarop een verhelderend licht. We analyseren hoe over arbeidsmarktbeleid gesproken wordt in de televisie-journaals van de RTBF (La Une) en van France Télévisions (France 2) op drie scharniermomenten (1995-96, 2005-06 en 2019), en vergelijken daarbij Franstalig België met Frankrijk. Het doel is niet om te bepalen of een beleid ‘goed’ of ‘slecht’ is, maar om te evalueren of het publieke debat zoals het vorm krijgt op televisie daadwerkelijk bijdraagt aan de democratische controverse door de confrontatie van alternatieven mogelijk te maken. Onze conclusie is duidelijk: in beide landen zijn de debatten in televisie-journaals over arbeidsmarktbeleid overwegend gedepolitiseerd.

Wat de studie precies meet: contingentie en controverse

Het fundamentele uitgangspunt van deze studie is dat politiek, in een liberale democratie, bestaat uit de mogelijkheid voor iedereen om zijn of haar bestaansvoorwaarden mee te bepalen. Met andere woorden: er is pas politiek wanneer er contingentie is: wanneer burgers kunnen handelen om de loop der dingen te veranderen. Contingentie staat zo tegenover lotsbestemming, die vastligt en waaraan men niets kan verhelpen.

Maar vanuit het perspectief van het publieke debat volstaat contingentie niet. Opdat contingentie reëel en effectief is, moet ze gepaard gaan met de mogelijkheid tot controverse: iedereen moet alternatieve opties en oplossingen kunnen voorstellen om de loop der dingen te veranderen. Dat betekent dat een politiek debat pas echt democratisch is wanneer erkend wordt dat alternatieve oplossingen mogelijk zijn. Als er geen ruimte is voor alternatieven, als er maar één oplossing mogelijk zou zijn — als er maar één manier van handelen is — dan is contingentie slechts schijn en bevinden we ons in het register van fataliteit, van lotsbestemming: dan is er eigenlijk geen politiek.

In die logica steunt deze studie op een kaderingsanalyse (“framing”) die kwalitatieve en kwantitatieve verwerking combineert. Kwalitatief analyseren we vertogen om te onderscheiden of ze gekenmerkt worden door contingentie en/of controverse. Op basis daarvan construeren we een (de)politisatie-index met drie categorieën:

  • Een vertoog is gedepolitiseerd als het noch de mogelijkheid of noodzaak om te handelen (contingentie) erkent, noch het bestaan van alternatieven (controverse).

  • Een vertoog is contingent maar niet-controversieel als het de mogelijkheid of noodzaak om te handelen erkent, maar zonder andere mogelijke oplossingen te bespreken.

  • Een vertoog is pas gepolitiseerd als het contingentie en controverse combineert: het vertoog erkent dat een politieke keuze in het spel is en dat er bespreekbare alternatieven bestaan.

Concreet analyseerden we 576 journaalsequenties in Frankrijk (France Télévisions – France 2) en in Franstalig België (RTBF – La Une), en identificeerden we kwalitatief 974 kaderingselementen (“frames”) over arbeidsmarktbeleid. Elk frame werd ingedeeld in één van de drie categorieën. De (de)politisatie-index met drie niveaus (gedepolitiseerd, contingent maar niet-controversieel, gepolitiseerd) wordt vervolgens kwantitatief geanalyseerd via multinomiale regressies om verschillen doorheen de tijd, tussen landen en tussen actoren te evalueren.

Het debat in België en Frankrijk is gedepolitiseerd

In beide landen is het vertoog over arbeidsmarktbeleid overwegend gedepolitiseerd, zo luidt het belangrijkste resultaat van deze studie. Meer dan de helft van de tussenkomsten wordt gekenmerkt door de afwezigheid van controverse, en slechts ongeveer één vijfde van de tussenkomsten combineert contingentie en controverse, dus politisering in de sterke betekenis.

Belangrijk: er is geen significant verschil tussen Franstalig België en Frankrijk op dit punt. Dat is interessant, omdat beide landen verschillende instellingen, mediatradities en hervormingstrajecten in arbeidsmarktbeleid kennen. We vermoeden dat, ondanks die verschillen, arbeidsmarktbeleid vergelijkbare doelen nastreeft (binnen een gemeenschappelijk Europees kader) en dat journalistieke routines ertoe bijdragen dat de behandeling van deze kwesties naar elkaar toe groeit.

De paradox van conflictperiodes: meer mobilisatie, maar niet meer politisering

Een van de meest opvallende bevindingen is de diachrone dimensie. Onze studie toont dat de periode 1995-96 het meest gedepolitiseerd is, hoewel die samenvalt met een bijzonder conflictueel moment rond hervormingen van het arbeidsmarktbeleid (met name in Frankrijk, met de episode rond het plan-Juppé). Dat wijst erop dat de zichtbaarheid en de scherpte van maatschappelijke conflicten niet automatisch leiden tot een inhoudelijke discussie over alternatieven.

In periodes van sterke sociale spanning hebben mediatieke tussenkomsten eerder de neiging om machtsverhoudingen te beschrijven, moeilijke beslissingen te rechtvaardigen, en te hameren op het idee dat “er geen alternatief is,” dan om mogelijke alternatieve maar concurrerende oplossingen te bediscussiëren.

Met andere woorden: conflict kan het debat zichtbaarder maken zonder dat debat (meer) te politiseren in de democratische betekenis van het woord. Dat resultaat lijkt contra-intuïtief, maar is perfect logisch vanuit het perspectief van politieke communicatie: regeringen hebben er belang bij politisering te vermijden rond impopulaire beslissingen die electorale gevolgen kunnen hebben.

De studie toont ook dat de depolitisering doorheen de tijd wat afneemt, maar vooral ten voordele van ‘contingent niet-controversiële’ vertogen: men zegt dat er gehandeld moet worden, maar erkent slechts één mogelijke optie, zonder dat een debat over alternatieven geopend wordt. In televisie-journaals blijven volledig gepolitiseerde vertogen die ruimte geven aan alternatieven zeldzaam, ook in de meest recente periode.

Politici zijn de belangrijkste actoren van depolitisering

Wanneer we de analyse verfijnen door te onderscheiden welke types actoren in de journaals aan het woord komen, zijn de resultaten duidelijk: de graad van (de-)politisering hangt sterk af van het type actor. Vakbonden blijken de actoren die het arbeidsmarktbeleid het sterkst politiseren. Belanghebbenden en doelgroepen van het beleid — mensen die rechtstreeks door het beleid getroffen worden — produceren ook meer gepolitiseerde vertogen, al blijft die politisering gedeeltelijk en — voor die laatste groep — sterk periode-afhankelijk.

Omgekeerd hebben journalisten, analisten en politici vaker de neiging om de kwesties te depolitiseren, hetzij door de mogelijkheid om te handelen niet te erkennen, hetzij door slechts één optie als denkbaar te presenteren. Voor journalisten kan dit grotendeels verklaard worden door de wil om professionele ethiek en deontologie te respecteren: zij willen “neutraal” informeren en eindigen vaak bij een beschrijving van feiten eerder dan van alternatieven. Analisten focussen op oorzaken en gevolgen, soms ten koste van de normatieve discussie over mogelijke opties. En zoals vermeld hebben politieke verantwoordelijken er belang bij hun beslissingen te rechtvaardigen om ze als legitiem aanvaard te krijgen door ze als onvermijdelijk voor te stellen. Daardoor sluiten ze het debat eerder af dan het te openen, en presenteren ze hun keuzes als noodzakelijk — en alles welbeschouwd als de enige mogelijke optie.

Waarom dit een democratisch probleem is

Wat betekent dit politiek? Als arbeidsmarktbeleid de levensomstandigheden van iedereen fundamenteel structureert, dan moet een kwaliteitsvol democratisch debat toelaten dat mogelijke alternatieven publiek worden benoemd en bediscussieerd. Uit de bestudeerde steekproef blijkt dat zo’n discussie zeldzaam. De politieke contingentie wordt weinig erkend, de controverse over oplossingen nog minder.

Belangrijke nuance: dit wil niet zeggen dat het volledige publieke debat gedepolitiseerd is, of zelfs dat arbeidsmarktbeleid altijd gedepolitiseerd wordt in de media. We bestudeerden een specifieke ruimte: televisie-journaals. Andere programma’s of mediaformaten (talkshows, documentaires, pers, sociale media, enz.) kunnen anders functioneren. Ook andere soorten televisie-programma’s kunnen sterker gepolitiseerd zijn. Dat vermindert de draagwijdte van het resultaat echter niet: één van de belangrijkste massale informatiekanalen wordt gekenmerkt door een lage politisering van het arbeidsmarktbeleid.

Dat is cruciaal omdat de herhaling van bepaalde vertogen en kaders in het publieke debat bijdraagt aan de verspreiding van het ‘gezond verstand’, of van ideologie (Billig 1992; Hall 1993). Door burgers herhaaldelijk bloot te stellen aan gedepolitiseerde vertogen die arbeidsmarktbeleid vooral als een economisch vraagstuk presenteren, dragen televisie-journaals bij aan het opleggen van een schijnbaar onvermijdelijke lezing van het fenomeen (Pennetreau 2024, 2026). Die depolitiserende lezing verhindert burgers niet om zelf na te denken, noch om het oneens te zijn met het gevoerde beleid, maar, gekoppeld aan de effecten van het beleid zelf, belemmert ze wel hun vermogen om alternatieven te formuleren (Pennetreau et al. 2026), en dus om bij te dragen aan een democratisch publiek debat, en het laten ontstaan van alternatieven.

Het probleem is dus niet alleen mediatiek, maar democratisch. Wanneer hervormingen worden voorgesteld als technische noodzaak, kan de bevolking de gemaakte afwegingen minder goed begrijpen, minder goed inschatten wie baat heeft bij hervormingen en wie erdoor benadeeld wordt, en vooral minder gemakkelijk andere beleidstrajecten bedenken. Met andere woorden: de depolitisering beperkt de functie van het publieke debat als ruimte om collectieve keuzes ter discussie te stellen, en bemoeilijkt daardoor de controlerende rol van burgers.

Is dit de schuld van de media? Deels wel, maar niet alleen. Uit een kwalitatieve analyse blijkt namelijk dat deze depolitisering, gebaseerd op een productivistische visie op de economie die steunt op het drieluik consumptie, groei en werkgelegenheid, wordt gedeeld door alle actoren die zich in het publieke debat uitspreken, van extreemlinks tot extreemrechts (met uitzondering van ‘Les Verts’, die niet in de steekproef zijn opgenomen), evenals door de sociale partners en de overgrote meerderheid van de analisten die in de fragmenten aan het woord komen. In een dergelijke situatie, waarin de meerderheid van de actoren dezelfde visie op werkgelegenheid en economie huldigt, wordt het voor de media moeilijk om de controverse aan te wakkeren.

Conclusie

De belangrijkste bijdrage van dit onderzoek is dat het aantoont dat de depolitisering van arbeidsmarktbeleid niet louter een indruk is: het is een observeerbaar, meetbaar fenomeen dat relatief stabiel blijft doorheen de tijd en over twee nochtans verschillende nationale contexten. Televisiedebatten hebben het vaak over de arbeidsmarkt, maar veel te zelden over alternatieven binnen het arbeidsmarktbeleid. In het debat over arbeidsmarktbeleid is er wel politieke afwisseling, maar weinig democratisch alternatief.

Dit artikel is gebaseerd op een eerder verschenen artikel van de auteurs:

Damien Pennetreau & Thomas Laloux (2025), ‘Y a-t-il une alternative ? 30 ans de dépolitisation des politiques de l’emploi dans les journaux télévisés.’ Cahiers ISPOLE (2025:4), p. 2-33.

Referenties

  • Michael Billig (1992), Talking of the Royal Family. Routledge.

  • Peter A. Hall (1993), ‘Policy Paradigms, Social Learning, and the State: The Case of Economic Policymaking in Britain’. Comparative Politics 25 (3): 275–96. https://doi.org/10.2307/422246.

  • Damien Pennetreau (2024), ‘Néolibéralisme Banal ? (Dé-)Politisation Des Politiques de l’Emploi Dans Les Discours Citoyens et Médiatiques: Une Comparaison Diachronique Entre La Belgique et La France’. PhD Thesis, UCL-Université Catholique de Louvain.

  • Damien Pennetreau (2026), ‘La Fabrique de l’Impuissance Politique. Cadrages de l’emploi, Dépolitisation Médiatique et Dilemmes Idéologiques Des Citoyens’. Revue Internationale de Politique Comparée.

  • Damien Pennetreau & Thomas Laloux (2025), ‘Y a-t-il une alternative ? 30 ans de dépolitisation des politiques de l’emploi dans les journaux télévisés.’ Cahiers ISPOLE (2025:4), p. 2-33.

  • Damien Pennetreau, Claire Dupuy, & Virginie Van Ingelgom (2026), ‘Normative Feedback of Hybrid ALMPs: Citizen-Level Norms of Social Solidarity in France and Belgium’. Journal of International Comparative and Social Policy.

Les politiques de l’emploi sont-elles politiques ?

Les politiques de l’emploi sont-elles politiques ?