"De regering holt de inkomsten van de sociale zekerheid uit"

"De regering holt de inkomsten van de sociale zekerheid uit"

De Arizona-regering breidt de flexi-jobs en studentenjobs steeds verder uit. Maar beide statuten kosten de begroting nu al een pak geld: 380 miljoen euro in het geval van de flexi-jobs en 750 miljoen euro voor studentenjobs. Het past in een bredere “Belgische ziekte”: hoge lasten op arbeid worden niet structureel aangepakt, maar gecompenseerd met fiscale uitzonderingen. “Als de sociale zekerheid inkomsten verliest, betaalt uiteindelijk iedereen daar de prijs voor”, zegt Hielke Van Doorslaer, politiek econoom en onderzoeker bij Denktank Minerva.

Flexi-jobs, studentenjobs: iedereen heeft het gedaan of kent iemand die het doet. Maar waarom zijn die statuten een probleem voor de sociale zekerheid?

“Het probleem ligt ruimer dan die twee statuten alleen en is deel van een ruimere methodiek. We proberen in ons land de hoge nominale belastingdruk op arbeid te verlichten via allerlei uitzonderingsmaatregelen of ‘achterpoortjes’: flexi-jobs, studentenjobs, cafetariaplannen, vervennootschappelijking… Maar daarmee pak je de onderliggende oorzaak niet aan. Integendeel: je maakt het systeem complexer en je holt de inkomsten van de staat en sociale zekerheid uit.”

Flexi-jobs werden ooit ingevoerd in de horeca. Daar zat toch nog een logica achter?

“Daar zat nog enige logica achter, ja. Flexi-jobs kwamen er in het kader van het 'Horecaplan 2015' en waren oorspronkelijk dus voorbehouden voor het paritair comité van het hotelbedrijf. De horeca is een arbeidsintensieve sector met veel piekmomenten, een grote nood aan flexibel inzetbare mensen en historisch ook veel zwartwerk. Na de invoering van de witte kassa, zocht men een manier om daar een antwoord op te vinden. En daar viel iets voor te zeggen. Maar vandaag is die verantwoording volledig weg door flexi-jobs uit te breiden naar alle sectoren. Waarom hebben al die sectoren plots nood aan zo’n uitzonderingsmechanisme?”

De uitzondering is dus de regel geworden.

“Exact, de uitzondering is structureel geworden En daarmee verdwijnt de rechtvaardiging. Flexi-jobs worden vandaag vooral verdedigd omdat ze fiscaal voordelig zijn, zowel voor de werknemer als de werkgever. Maar dat is geen arbeidsmarktbeleid. Door flexi-jobs uit te breiden naar alle sectoren riskeer je je bestaande en reguliere tewerkstelling te verschuiven naar een goedkoper statuut. Dat betekent minder inkomsten voor de sociale zekerheid, zonder dat daar noodzakelijk bijkomende tewerkstelling tegenover staat. Dit beleid wordt ook veel te weinig geëvalueerd. De enige officiële evaluatie door het Rekenhof - in 2019 - ging over de horeca, de sector waarvoor de maatregel oorspronkelijk bedoeld was, en zelfs daar was voor één op de drie flexi-jobs sprake van verdringing van vaste banen.”

“Waarom hebben alle sectoren plots nood aan een uitzonderings-mechanisme?”
— Hielke Van Doorslaer

En wie betaalt uiteindelijk de prijs voor dit beleid?

“In de eerste plaats de sociale zekerheid, omdat er minder sociale bijdragen binnenkomen. Maar ook mensen die onderaan de arbeidsladder staan. Flexi-jobs dreigen de klassieke instapjobs te verdringen. En dat zijn net de jobs die belangrijk zijn voor mensen die moeilijker aan werk raken: kortgeschoolden, net afgestudeerden, werkzoekenden, … En dat maakt de contradictie nog pijnlijker. De regering zegt dat ze meer mensen aan het werk wil krijgen en de werkzaamheidsgraad wil verhogen. Maar tegelijk voert ze beleid dat laagdrempelige jobs aantrekkelijker maakt voor mensen die al werken. Je laat studenten en hoogopgeleide of goedbetaalde werknemers zo concurreren met kwetsbare groepen voor dezelfde jobs. Als zij daardoor langer werkloos blijven, schaadt dat de sociale zekerheid opnieuw.”

En wat doet dat met onze economie?

“Het ondermijnt ook onze productiviteit. Veel flexi-jobbers zijn mensen die een hogere opleiding genoten of reeds een hoofdberoep hebben. Zij gaan fiscaal voordelig bijklussen in jobs die vaak onder hun kwalificatieniveau liggen. Op macro-economisch niveau stimuleer je dus dat mensen hun arbeid verschuiven van productievere naar minder productieve activiteiten. Zo subsidieer je laagproductieve arbeid.”

Is bij studentenjobs het probleem dan gelijkaardig?

“We zien een enorme evolutie in het statuut van jobstudenten. Vroeger ging het over een beperkt aantal dagen per jaar, nu over 650 uur. Dat komt bijna overeen met een derde van een voltijdse jobs. Studenten worden steeds meer aangemoedigd om te werken, omdat het fiscaal interessant is. Maar dat heeft gevolgen: als studenten meer werken, studeren ze minder. Het is dan niet vreemd dat ze langer over hun studies doen. En dan is de regering daar opnieuw om studenten op hun vingers te tikken dat ze niet efficiënt genoeg studeren of te weinig verantwoordelijkheid nemen. De overheid ziet dat als een individueel probleem, terwijl het net hun beleid is dat studenten stimuleert om van werken bijna een hoofdactiviteit te maken.”

Sommigen zeggen: “Mensen willen gewoon netto meer overhouden.” Is dat dan onbegrijpelijk?

“Neen, vanuit individueel standpunt is dat perfect begrijpelijk. Als mensen de kans krijgen om fiscaal voordelig bij te verdienen, is het ook rationeel om dat te doen. Het probleem ligt niet bij de individuele werknemer of student, maar bij het beleid dat die prikkels organiseert. Daarom moeten we de discussie collectief voeren. Wat op individueel niveau voordelig lijkt, kan op maatschappelijk niveau zeer nefast zijn. Als de sociale zekerheid inkomsten verliest, betaalt uiteindelijk iedereen daar de prijs voor.”

- Dit interview verscheen eerder bij de Vakbeweging.

De logica achter steeds strenger migratiebeleid — en waarom die faalt

De logica achter steeds strenger migratiebeleid — en waarom die faalt