Hoeveel macht hebben werknemers nog in koopjestijden?

Hoeveel macht hebben werknemers nog in koopjestijden?

Nu het einde van het jaar nadert, gaan we met z'n allen massaal op zoek naar kerstgeschenken. Eigenlijk worden we al twee maanden aangezet tot extra consumeren: met onder meer het uit de Verenigde Staten overgewaaide Black Friday en de doortocht van Sinterklaas zijn de winkelstraten en online winkelmandjes de laatste tijd permanent gevuld.

Achter de omzetpieken die in deze periode van het jaar gerealiseerd worden, gaan echter ook gespannen arbeidsverhoudingen schuil. Amazon-warenhuiswerkers, Bpost-postbodes, Carrefour-kassiersters, en platform-economie koeriers: de werknemers in de betrokken sectoren staan in tijden van e-commerce samen onder grote druk. Tegelijkertijd biedt die situatie ook kansen voor werknemers en vakbonden om invloed uit te oefenen op de werkomstandigheden. Werknemers hebben namelijk zowel associatieve als structurele machtsbasissen.

Macht

Associatieve macht komt voort uit collectieve organisatiestructuren van werknemers, zoals vakbonden. Met voldoende associatieve macht kunnen werknemers (dreigen met) het stilleggen van de productie of de pakketjessorteerband.

De recente staking bij Bpost van 7 tot 12 november is daarvan een illustratie. Bij deze 'rollende stakingsactie' werd het werk, gedurende vijf werkdagen, iedere dag door werknemers in een ander deel van de organisatie neergelegd. Zo'n actie over verschillende departementen en werknemersgroepen heen vereist natuurlijk voldoende opgebouwde associatieve macht die gebaseerd is op de nodige solidariteit, een groot draagvlak, en een(syndicale) organisatiestructuur.

Maar de associatieve macht van werknemers kan ook tot uiting komen in een meer symbolische actie, waarbij men de werkgever niet zozeer dwarsboomt maar wel 'in verlegenheid probeert te brengen'. Zo zagen we onlangs in Nederland hoe tijdens Black Friday in een door de vakbond FNV ondersteunde actie een minuut lang door klanten werd geapplaudisseerd voor de medewerkers van winkels en distributiecentra, om zo de aandacht te vestigen op de werktijden en het overbevragen van werknemers in de retailsector.

Structurele macht hangt dan weer samen met de positie van werknemers in de organisatie en het arbeidsproces. Werknemers in een organisatieknooppunt zoals een logistiek verdeelpunt staan in dat opzicht sterker dan een verkoopster in haar eentje in een brillenwinkel.

Een voorbeeld van die structurele macht zijn de afgelopen en aangekondigde stakingsacties bij de verdeelcentra van Amazon in Spanje, Italië, Duitsland en het VK. Op een moment waarop een onlinespeler zoals Amazon er op moet kunnen rekenen dat de bestellingen tijdig bij de klanten aankomen, staan de werknemers die dat kunnen verstoren sterk in hun schoenen. Vakbonden beseffen dit en proberen Amazon op die manier te dwingen zich aan te sluiten bij de collectieve arbeidsovereenkomsten voor de retailsector.

Het is de combinatie van associatieve en structurele macht die werknemers in staat stelt om het werk neer te leggen of om hun werkgever in verlegenheid te brengen. Hoe groot die disruptieve capaciteit is, bepaalt dan weer hoe sterk de onderhandelingspositie is in geval van een conflict over bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden.

Platformeconomie

Dat je als werknemer op een knooppunt zit en structurele macht hebt, betekent echter niet noodzakelijk dat je die ook kan aanwenden. In een verdeelcentrum met allemaal tijdelijke, precaire werknemers ontbreekt waarschijnlijk de associatieve macht om effectief een stakingsactie te houden.

Associatieve macht stoelt op solidariteit onder werknemers en moet dus worden opgebouwd. Dat is moeilijker als werknemers qua identiteit, werkplaats, of juridisch statuut verdeeld zijn, zeker als de werkgever die verschillen ook actief benut. Toen bijvoorbeeld koeriersbedrijf DPD - dat onder andere voor Amazon pakjes levert - eind november in het VK geconfronteerd werd met een staking tijdens Black Friday, dreigde het vakbond GMB aan te klagen en financieel verantwoordelijk te stellen.

Volgens het bedrijf zijn de koeriers namelijk geen DPD-werknemers, maar 'platform-economie'-zelfstandigen, zoals Uber-bestuurders, Deliveroo-fietskoeriers, etc. die online hun arbeid aanbieden: bijgevolg zou GMB zulke zelfstandigen niet kunnen vertegenwoordigen bij een staking. Met het lopende juridisch getrouwtrek over hun statuut, heeft GMB na dit dreigement zijn steun voor de DPD-koeriers moeten intrekken.

Terwijl sommige zelfstandigen - zoals gegeerde consultants - geen of weinig collectieve vertegenwoordiging nodig hebben, is dat niet het geval voor een pakjeskoerier of interim-werker in een Amazon-warenhuis. Zij hebben door hun tijdelijke of zwakke positie in de organisatie bijna per definitie een lager individueel niveau van inspraak. Wanneer de werkgever hen, zoals in het voorbeeld van DPD uitsluit van het collectief, syndicaal vertegenwoordigingsproces, worden ze praktisch gedwongen de hoge werkdruk zomaar te accepteren.

Ratrace

Van Amazon-warenhuisarbeiders en Carrefour-kassiersters tot postbodes en pakjeskoeriers: allemaal bevinden ze zich in een sector die langs twee kanten onder druk staat. Aan de ene kant is er sinds de jaren 90 door de enorme, globale marktconcentratie van retailspelers een structureel machtsonevenwicht gegroeid. Mondiale retail-giganten kunnen hun eigen werknemers, maar ook toeleveranciers en kleine spelers, eenvoudiger hun spelregels opleggen.

Aan de andere kant wordt er momenteel een destructieve ratrace voor het e-commerce marktaandeel aangejaagd, door verlieslatende onlinespelers en bedrijven met aandeelhouders die het nodige kapitaal er tegen aan willen gooien om in een markt in te breken. Werknemers en hun vakbonden zullen creatief en assertief gebruik moeten maken van hun associatieve en structurele macht om het evenwicht (enigszins) te herstellen.

Misschien kunnen werknemers naast hun eigen machtsbasissen ook bondgenoten vinden. Ook langs werkgeverszijde, zeker bij de kleinere retailspelers, begint men namelijk vraagtekens te plaatsen bij de destructieve e-commerce ratrace. En het Europese Economische en Sociale Comité (EESC), waar sociale partners en maatschappelijke belangengroepen zijn vertegenwoordigd, heeft vorige week een resolutie aangenomen waarin men voor de retailsector het belang onderstreept van verder te kijken dan pure prijsconcurrentie, en het nut benadrukt van effectieve sociale dialoog waarin kleine spelers een stem hebben en werknemers goed beschermd zijn.

En wie weet, misschien vindt men zelfs een bondgenoot in de consument. Die weet ergens ook wel dat, wanneer hij op vrijdagavond een last-minute kerstcadeau met gratis 'next-day-delivery' koopt, iemand daar de kosten van draagt.

Deze bijdrage verscheen eerder bij Trends.

Jaaroverzicht 2018 deel 1: het jaar van de arbeidsduurvermindering

Laat de Europese Centrale Bank geld uitdelen aan de burgers