De koffie is vaak beter dan het gesprek in Europese ondernemingsraden

Het was een zware dag voor de vakbondsvertegenwoordigers in de Schotse Hoover fabriek op 25 januari 1993. Zonder dat zij het wisten, en tegen hun eigen wil in, zouden ze die dag een belangrijke stap zetten naar een sociaal Europa.

Maar daar waren ze nu even niet mee bezig. Hun energie ging vooral naar een ontwerpakkoord dat ze gekregen hadden van de directie. Over een echte onderhandeling ging het niet, eerder over een dictaat. Als ze niet tekenden, dan zou hun fabriek gesloten worden met een banenverlies voor de meer dan 1000 werknemers. 

Het ‘akkoord’ was simpelweg vernederend: zo moest het aantal vakbondsvertegenwoordigers dalen en werden vier personeelsvertegenwoordigers ontslagen. Pauzes zouden niet meer betaald worden en de werkweek zou met een uur worden verlengd (zonder loonsverhoging). De lonen werden bevroren voor een jaar en nieuwe werknemers zouden flexibele contracten krijgen voor minder loon. En als een mooie kers op de taart taart mocht er geen enkele syndicale actie georganiseerd worden, op straffe van onmiddellijk ontslag.

In ruil voor hun handtekening zou de Schotse fabriek open blijven. De fabriek in Frankrijk, daarentegen, zou gesloten worden met een ontslag van ongeveer 700 werknemers. Naar eigen zeggen onderhandelden de vakbondsleden met een pistool tegen hun hoofd en door het akkoord te tekenen, tekenden ze het ontslag van hun Franse collega’s. 

Europa reageerde verontwaardigd en geschokt. Eén ding was duidelijk: door de economische integratie van de EU hadden multinationals vrij spel om te verdelen en te heersen. De nationaal georganiseerde vakbonden en het nationale sociaal overleg hadden hier geen antwoord voor klaar.

Werknemers in multinationals tegenmacht geven

Toch is er ook een positieve kant aan dit verhaal. Het schandaal maakte een eind aan een jarenlange impasse in de EU, en in 1994 werden de “Europese Ondernemingsraden” (EOR) geboren. De EU besloot dat de werknemersvertegenwoordigers van een multinational elkaar op zijn minst af en toe zouden ontmoeten samen met het management. In deze bijeenkomsten moet de directie de werknemers informeren en raadplegen over transnationale kwesties.

Een Europese Ondernemingsraad gaat bedrijven als Hoover er niet van weerhouden hun werknemers tegen elkaar uit te spelen. Maar tenminste zouden de Schotse vakbondsleden het telefoonnummer van hun Franse collega’s hebben om te overleggen, te discussiëren en heel misschien tot een gemeenschappelijk standpunt te komen.

In 1994 heeft de EU een richtlijn over de Europese Ondernemingsraad aangenomen, die in 2009 werd gewijzigd (Herschikking). Na meer dan 25 jaar ervaring kunnen we nu een evaluatie maken. Hiervoor heeft het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) meer dan 1600 leden van Europese Ondernemingsraden bevraagd, het grootste onderzoek onder Europese werknemersvertegenwoordigers tot nu toe.

Is een Hoover debacle nog mogelijk?

Eerst het goede nieuws: er zijn momenteel ongeveer 1000 Europese Ondernemingsraden actief in multinationale ondernemingen. Dit zijn meer dan tienduizenden werknemersvertegenwoordigers die elkaar geregeld ontmoeten, waardoor ze samen standpunten kunnen innemen in multinationals. Al die tijd worden ze geïnformeerd over de projecten en plannen van de bedrijven op transnationaal niveau en krijgen ze inzicht in wat er in andere landen gebeurt. Als informatie inderdaad macht is, hebben de Europese Ondernemingsraden zeker de macht van werknemersvertegenwoordigers in Europese multinationale ondernemingen vergroot.

Het andere goede nieuws is dat er duidelijk positieve evoluties zijn. Als we de huidige resultaten vergelijken met een survey van ongeveer tien jaar eerder, zien we dat EOR-leden tevredener zijn met de informatie die ze ontvangen en de manier waarop ze worden geraadpleegd en elkaar vaker lijken te ontmoeten.

Maar toch is de algemene evaluatie niet zo positief. Het doel van de Europese Ondernemingsraden was om werknemers tijdig te voorzien van informatie en raadpleging over transnationale kwesties. Toch denkt slechts één op de vijf dat zij worden geïnformeerd of geraadpleegd voordat de definitieve besluiten worden genomen en slechts één op de twee denkt dat zij over transnationale aangelegenheden echt worden geraadpleegd.

Is een Hoover-debacle vandaag de dag nog mogelijk? Waarschijnlijk wel. De vertegenwoordigers van de Schotse en Franse fabrieken zouden op zijn minst elkaars contactgegevens hebben. In theorie zouden ze dus ook een gemeenschappelijke strategie kunnen bedenken. Tegelijkertijd is de kans klein dat ze echt zouden worden geraadpleegd, op basis van gedetailleerde informatie en voordat de definitieve beslissing wordt genomen.

Hoewel de Europese Ondernemingsraden duidelijk een essentieel onderdeel zijn van een sociaal Europa, zijn ze niet sterk genoeg om echt een tegenwicht te bieden aan de macht van de multinationals.

Het gesprek beter maken dan de koffie

Met enige overdrijving kan je zeggen dat de koffie met de vertegenwoordigers van andere landen belangrijker is dan het gesprek met het management. Het is die koffie die de basis legt voor vertrouwen, solidariteit en internationale actie zoals we bijvoorbeeld hebben gezien in GM, Caterpillar, Renault, Eurostar en andere bedrijven.

Maar als slechts de helft van de EOR-leden denkt dat er écht overleg is, dan betekent dit dat de Europese Ondernemingsraden nauwelijks slagen voor het examen. De Europese gemeenschap weet dat, maar de politieke wil om op te treden ontbreekt. Europa mist zo een kans om een echt sociaal Europa in multinationale ondernemingen te creëren.

Dit opiniestuk verscheen eerder bij dewereldmorgen.be.

Wat heeft links in een federale regering te zoeken?

Marktdenken zal klimaatchaos niet vermijden