De financiële impact van een gedeeltelijke indexsprong (UPDATE)
In België worden de lonen en uitkeringen automatisch aangepast aan de levensduurte. Dat betekent dat als de consumptieprijzen met 2% stijgen in een bepaalde periode, de lonen en uitkeringen op een gelijkaardige manier toenemen om zo een behoud van koopkracht te waarborgen. De Arizona-regering heeft aangekondigd dat ze een dubbele gedeeltelijke indexsprong wil doorvoeren. Die zou tweemaal plaatsvinden – in 2026 (of 2027 al naargelang de stemming in het parlement) en in 2028. De indexsprong zou 'gedeeltelijk' zijn, want hij zou enkel van toepassing zijn op de lonen boven 4000 euro bruto en enkel op het gedeelte dat de 4000 euro overschrijdt. Dus een loon van 5000 euro bruto zou volledig geïndexeerd worden voor de eerste 4000 euro, maar voor de schijf tussen 4000 en 5000 euro zou er geen indexering zijn. Voor de uitkeringen ligt de drempel op 2000 euro.
Wat is de impact op de werknemers?
Hieronder een schatting van de impact van een dergelijke indexsprong voor verschillende voltijdse loonniveaus. De cijfers zijn uitgedrukt in euro's van 2026. Merk op dat de verschillende premies die een werknemer krijgt niet meegeteld worden als loon.
De drempel van 4000 euro geldt voor een voltijds loon. Om de financiële impact te berekenen voor deeltijds werk, moeten we prorateren. Bijvoorbeeld: voor een halftijdse werknemer die 2500 euro bruto per maand verdient, komt het voltijdse maandloon overeen met 5000 euro bruto. Die werknemer zou dus getroffen worden door de indexsprong.
Uit de tabellen blijkt dat veel getroffen personen niet als vermogend beschouwd kunnen worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor leerkrachten, voor sommige gespecialiseerde arbeiders of voor werknemers uit de high-techindustrie.
Wat is de impact op de uitkeringsgerechtigden?
De mensen die pensioen, een werkloosheids- of invaliditeitsuitkering, ... krijgen (en logischerwijs personen met het statuut van mantelzorger, momenteel ter discussie binnen de regering) worden eveneens onderworpen aan de gedeeltelijke indexsprong.
Ook hier gaat het over een groot aantal personen die getroffen worden door de maatregelen en dat zijn niet noodzakelijk welgestelde mensen. Bijvoorbeeld: het minimumgezinspensioen bedraagt 2260 euro in 2025. Die gepensioneerden zouden dus getroffen worden door de gedeeltelijke indexsprong.
Een efficiënte maatregel?
Een indexsprong heeft als doel om bedrijven in moeilijkheden te helpen. Zal dat het geval zijn? Dat is weinig waarschijnlijk. Arbeidsintensieve sectoren – waar de lonen goed zijn voor de meerderheid van de kosten – betalen over het algemeen lonen die onder de drempel liggen. De lonen boven de drempel vinden we doorgaans in de high-techindustrie, waar de kost van arbeid niet de voornaamste kostenpost is. In de industrie vertegenwoordigen de lonen immers slechts 8 tot 10% van de kosten. De concurrentiekracht hangt er meer af van innovatie, gebruikte technologieën en het verkochte product. Bovendien worden de hoogste lonen – voor bedrijfsleiders bijvoorbeeld – vaak uitbetaald via een vennootschap en niet via een loon. De echte hoge lonen blijven dus buiten schot.
Wat is dan eigenlijk het doel van de maatregel? Het kan dat de maatregel een politiek doel dient. De regering heeft al veel kritiek te verduren gekregen omdat ze de sterkste schouders, in het bijzonder de grootste vermogens, niet voldoende laat bijdragen. Door een lijn te trekken die de werknemers in twee groepen verdeelt, kan de regering het debat tussen arbeid en kapitaal doen verschuiven naar een debat tussen armere en welgestelde werknemers.
Daarnaast slaat een gedeeltelijke indexsprong op middellange termijn een barst in het indexeringsmechanisme. De werknemers uit de high-techindustrie, die soms veel verdienen, zijn syndicaal gezien goed georganiseerd. Mochten zij niet kunnen rekenen op de steun van de andere werknemers in de strijd voor hun indexering, zullen zij op hun beurt dan de werknemers met lagere lonen steunen als de indexering van die laatsten in het gedrang komt door toekomstige projecten van de regering?
In 2024 analyseerde een nota van Minerva de verschillende mogelijke hervormingen van het indexeringsmechanisme en de conclusie was dat geen enkele bevredigend was[1]. Over het huidige indexeringsmechanisme werd in het verleden trouwens lang nagedacht. Op dit moment blijft dat mechanisme de beste manier om de werknemers te beschermen tegen de stijgende levensduurte; bijgevolg zou het behouden moeten blijven.
[1] https://www.denktankminerva.be/analyse/indexering

