TUSSEN LES EN LOON: STUDENTENARBEID IN BELGIË ONDER DE LOEP
KERNPUNTEN
De motivatie voor het uitvoeren van studentenwerk is gerelateerd aan de socio-economische achtergrond van studenten. Studenten die zelfstandig wonen, uit minder bevoorrechte sociale milieus, van niet-Belgische origine en oudere studenten werken vaker om hun studies te betalen of om zichzelf/familieleden financieel te ondersteunen.
De motivatie voor studentenwerk is vervolgens gerelateerd aan de tijd besteed aan werk, de kwaliteit van de uitgevoerde jobs, het risico op werk-studieconflict en het mentaal welzijn van studenten. Er is sprake van een groep kwetsbare studenten die, vanuit financiële overwegingen, veel werken in minder optimale omstandigheden.
Om te vermijden dat studentenarbeid een ondermijnende rol speelt ten aanzien van studies hoger onderwijs is een beleid nodig dat inzet op het reduceren van financiële afhankelijkheid van studentenwerk, het bewaken van de jobkwaliteit van studentenjobs, het promoten van studie- en carrièrerelevante werkmogelijkheden en het verhogen van het mentaal welzijn van (werkende) studenten.
Studentenarbeid is in voorbije decennia uitgegroeid tot een structureel onderdeel van het leven en de (studie)loopbaan van studenten in België. Recente beleidswijzigingen – met name de permanente verhoging van het aantal toegestane uren studentenarbeid aan verlaagd RSZ-tarief tot 650 uur per jaar – hebben deze evolutie merkbaar versterkt. De RSZ-gegevens tonen een duidelijke toename van het aantal studentenjobs, het aantal werkende studenten en het arbeidsvolume uitgevoerd door studenten in de periode tussen 2017 en 2025.1 Op basis van een grootschalige kwantitatieve survey bij 3433 studenten hoger onderwijs in België brengen we in kaart welke studenten werken, waarom ze werken en onder welke omstandigheden, en welke gevolgen de tijdsinvestering in arbeid heeft voor hun studies, hun mentaal welzijn en hun toekomstige transitie naar de arbeidsmarkt.
Studentenarbeid is wijdverspreid in het hoger onderwijs, zowel binnen de studentenpopulatie als over het kalenderjaar. Een erg grote meerderheid van de werkende studenten in onze steekproef werkt zowel tijdens de zomer- als tijdens de lesmaanden. De tijdsinvestering in studentenarbeid is echter ongelijk verdeeld naargelang de sociaaleconomische achtergrond van studenten (tabel 1). Studenten uit minder bevoorrechte milieus, studenten met een migratieachtergrond, oudere studenten en studenten die alleen wonen werken gemiddeld meer uren.
Studentenwerk gaat voor een aanzienlijke groep studenten gepaard met studie-werkconflict en kan zo studiesucces onder druk zetten.
HET BELANG VAN DE MOTIVATIE
Meer dan vier op vijf van de bevraagde studenten werkt om vrijetijdsactiviteiten te bekostigen en/of te sparen voor later. De helft duidt het opdoen van werkervaring aan als een belangrijke reden om aan studentenwerk te doen. Respectievelijk vier op tien en drie op tien studenten geven aan dat het financieel ondersteunen van zichzelf/familieleden of het betalen van de eigen studie belangrijke drijfveren zijn om te werken. De motivatie om studentenwerk te verrichten is een cruciale factor, die verband houdt met de hoeveelheid tijd die wordt geïnvesteerd in werk, op welke manier studenten hun studies combineren met werk, hoe uitdagend deze combinatie is en welk soort studentenjobs ze uitvoeren. Zo zijn de groepen studenten die een hoger wekelijks aantal uren presteren tijdens het academiejaar dezelfde groepen die aangeven te werken uit financiële noodzaak, namelijk om hun eigen studies te bekostigen of om zichzelf of familieleden financieel te ondersteunen. Voor deze studenten lijkt de combinatie van studeren en werken eerder een noodzaak dan een keuze te zijn, wat zich vertaalt in een verhoogd risico op studie-werkconflict, een lagere jobkwaliteit en een lager mentaal welzijn.
STUDEREN EN WERKEN: EEN UITDAGENDE COMBINATIE
Studentenwerk gaat voor een aanzienlijke groep studenten gepaard met studie-werkconflict en kan zo studiesucces onder druk zetten. Zo heeft 16% moeilijkheden om de werkuren voor hun belangrijkste studentenjob te combineren met hun studies hoger onderwijs. Één op drie studenten geeft aan colleges of andere contactmomenten over te slaan (of achteraf opnames te bekijken) omwille van werk. Studenten die werken uit financiële noodzaak blijken een verhoogd risico te lopen op studie-werkconflict, wat betekent dat studenten die moeten werken om hun studies te bekostigen diezelfde studies in gevaar brengen door (intensieve) tijdsinvestering in arbeid.
Bovendien sluiten de meeste studentenjobs helemaal niet aan bij het studiegebied van de studenten. Slechts één op vier werkende studenten gebruikt vaardigheden of kennis uit het hoger onderwijs tijdens het uitvoeren van studentenwerk. Dit betekent dat studentenarbeid wellicht slechts in beperkte mate een faciliterende rol speelt in de transitie van onderwijs naar de arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat 80% van deze studenten wel aangeeft nieuwe vaardigheden en kennis te ontwikkelen en 65% zegt kansen te hebben voor persoonlijke groei en ontwikkeling in de studentenjob. Studenten die werken om werkervaring op te doen geven vaker aan dat hun studentenjob mogelijkheden biedt voor persoonlijke groei en om nieuwe vaardigheden en kennis te ontwikkelen.
DE KWETSBARE KWALITEIT VAN STUDENTENJOBS
Studenten werken doorgaans met een formeel arbeidscontract en verdienen een netto uurloon tussen 10 en 15 euro. Toch roepen bepaalde resultaten inzake jobkwaliteit ook vragen op. Studenten vinden we hoofdzakelijk terug in sectoren zoals horeca en retail, samen goed voor 67% van de studentenjobs in de steekproef. Binnen deze sectoren werken studenten vaak als service- of verkoopsmedewerker. De aard van het uitgevoerde werk zorgt voor een hoge prevalentie van avond- en weekendwerk, een hoge mate van fysieke belasting en beperkte autonomie. Bovendien blijken studenten ook kwetsbaar te zijn in de relatie met hun werkgever. Eén op drie studenten is bang om betere arbeidsvoorwaarden te vragen (indien ze dat zouden willen) en één op vijf vreest ontslag in het geval ze niet onmiddellijk gehoorzamen. Studenten worden ook opvallend vaak geconfronteerd met verschillende types toxisch gedrag – zoals verbaal geweld of ongewenste seksuele aandacht – tijdens het uitvoeren van hun job. Ook met betrekking tot de jobkwaliteit zien we het belang van de achterliggende motivatie om aan studentenwerk te doen. Studenten die werken uit financiële noodzaak rapporteren over het algemeen een lagere jobkwaliteit (zie tabel 2 voor een vergelijking tussen de prevalentie in de steekproef en deze onder studenten die werken om hun studies te betalen).
WELZIJN ONDER DRUK
Het mentale welzijn van de bevraagde studenten – gemeten aan de hand van de gevalideerde WHO-5 schaal – is met een score van 48 op 100 gemiddeld genomen laag volgens de norm bepaald door de WHO. Studenten die werken uit financiële noodzaak, een hoge werkdruk of fysieke belasting ervaren, een hogere kwetsbaarheid rapporteren ten aanzien van de werkgever of moeilijkheden ervaren om werk en studies te combineren scoren over het algemeen lager op de schaal voor mentaal welzijn. Daarentegen hangt het opdoen van werkervaring als motivatie voor studentenwerk en werken in een omgeving met steun van collega’s en de directe leidinggevende, een hoge mate van autonomie en ontwikkelingskansen samen met een hoger gemiddeld niveau van mentaal welzijn.
BELEIDSIMPLICATIES EN AANBEVELINGEN
De resultaten suggereren dat intensieve tijdsinvesteringen in studentenwerk risico’s inhouden, in het bijzonder voor een groep studenten met een kwetsbaar sociaaleconomisch profiel. Het lijkt daarom vanuit beleidsoogpunt aangewezen om de mogelijke tijdsinvestering te reduceren of binnen redelijke proporties te houden, eerder dan te kiezen voor een verdere versoepeling van het toegelaten aantal arbeidsuren. Een beleid gericht op het maximaal ondersteunen van de onderwijskansen van studenten werkt dan ook best aan het verlagen van financiële drempels, zodat studenten minder afhankelijk zijn van de inkomsten uit studentenarbeid.
Een tweede belangrijke aanbeveling is dus om de kostprijs van het hoger onderwijs onder controle te houden. Om te vermijden dat studentenarbeid de studieprestaties en het mentale welzijn ondermijnt, is een kritische blik op het systeem van studiefinanciering en -toelagen nodig. Daarbij dient te worden nagegaan in welke mate de bestaande financiële ondersteuning adequaat is en studenten met een kwetsbaar sociaaleconomisch profiel voldoende bereikt.
Een derde mogelijke aanbeveling is om in te zetten op studentenarbeid die beter aansluit bij de opleidingen hoger onderwijs. Studie- en loopbaanrelevante jobs kunnen studenten de mogelijkheid bieden om bij te verdienen en gelijktijdig vaardigheden, kennis en contacten te verwerven die hun latere transitie naar de arbeidsmarkt faciliteren. Een toename van dit soort studentenjobs (bijvoorbeeld door samenwerkingen tussen instellingen voor hoger onderwijs en werkgevers) zorgt ervoor dat studenten die dit willen meer dan enkel financieel voordeel kunnen halen uit hun werk.
Aangezien studentenarbeid wijdverspreid is, is het cruciaal dat studenten net als werknemers volwaardig beschermd worden. Dit vereist een systematische monitoring van (de kwaliteit van) studentenjobs, vooral in sectoren waarin studentenarbeid prevalent is. Bovendien is het belangrijk om studenten te informeren over hun rechten als werkenden, hen te sensibiliseren rond ongewenst gedrag op het werk en om meldpunten in te richten waar studenten terecht kunnen met hun vragen of om inbreuken te signaleren.
Tot slot is het cruciaal om studentenarbeid als factor mee te nemen in een breder welzijsbeleid gericht op studenten. Studentenarbeid kan namelijk niet los gezien worden van studiesucces en mentaal welzijn. Deze vaststelling belicht de noodzaak voor een geïntegreerde aanpak waarbij onderwijsinstellingen, studentenvoorzieningen, beleidsmakers en sociale partners samenwerken ter preventie van studie-werkconflict en mentale gezondheidsproblemen.
CONCLUSIE
Studentenarbeid is een wijdverspreid fenomeen in België en maakt dus structureel onderdeel uit van zowel de studieloopbaan en het leven van heel wat studenten als van onze economie en arbeidsmarkt. Een belangrijke bevinding is dat sommige modaliteiten van studentenarbeid sociaal ongelijk verdeeld zijn, met name de motivatie voor studentenwerk, de tijdsinvestering in werk, de mate waarin de combinatie tussen werk en studies problemen oplevert en de kwaliteit van de uitgevoerde jobs. Een ongelimiteerde uitbreiding van studentenarbeid dreigt daarom bestaande sociale ongelijkheden in onderwijskansen te versterken. Een beleid dat inzet op jobkwaliteit, studierelevantie en welzijn is essentieel om ervoor te zorgen dat studentenwerk een ondersteunende in plaats van ondermijnende rol speelt ten aanzien van zowel studies als de overgang naar de arbeidsmarkt.
RSZ (2025) Tewerkstelling van studenten met een studentencontract. Beschikbaar via: https://www.rsz.be/stats/tewerkstelling-van-studenten-met-een-studentencontract#introduction (geconsulteerd op 15 December 2025).
Contact - Karen Van Aerden • karen.van.aerden@vub.be.
Referentie - Van Aerden K., Bosmans K. & Vanroelen C. (2026). Tussen les en loon: Studentenarbeid in België onder de loep. BRISPO Policy Brief N° 2026/01. Brussels Institute for Social and Population Studies.
Het onderzoek dat tot deze resultaten leidde, werd gesubsidieerd door het Federaal wetenschapsbeleid via het contract nr TD/231/WINE-COVID.

