Staken werkt, vooral in België

Midden september staakten de werknemers bij chemiebedrijf Oleon voor een loonsverhoging en een arbeidsduurvermindering. Ook bij Volvo Gent werd het werk neergelegd als protest tegen de hoge werkdruk. Bij Oleon werd na enkele dagen staken een compromis bereikt. De vakbonden haalden drie dagen extra verlof binnen, de aanwerving van drie extra werknemers om de werkdruk te verlichten en er komt een loonsverhoging. Bij Volvo engageerde het management zich om te werken aan de werkdruk en het sociaal overleg in ere te herstellen.

Deze twee voorbeelden geven aan dat staken wel degelijk kan werken. Als het sociaal overleg vast zit (zie Oleon), of als het aan de kant geschoven wordt (zie Volvo), kan een werkonderbreking de boel deblokkeren.

Een blik op het bestaande cijfermateriaal bevestigt dit, staken werkt!

In België wordt nogal veel gestaakt. In 2015 werd er zo’n 54 dagen gestaakt per 1.000 werknemers (ETUI), dat is bijna dubbel zoveel als het Europese gemiddelde. De redenen waarom de Belgen steevast aan de kop van het Europese staking-peloton staan, zijn divers: onze vakbonden zijn relatief sterker dan in de andere landen en er is een traditie van staken tegen politieke maatregelen die in andere landen minder bestaat.

Eén verklaring wordt niet veel gegeven: misschien loont het ook gewoon om te staken in België.

Over de effectiviteit van een staking bestaan er gelukkig wat cijfers. In de Europese Bedrijvenenquête[1] van Eurofound (ECS 2013) worden verschillende vragen gesteld over stakingen en industriële acties. Een eerste vraag peilt naar de aanwezigheid van stiptheidsacties, korte stakingen van minder dan een dag en stakingen van meer dan een dag. Zoals verwacht scoort België daarbij hoger dan het Europese gemiddelde. In de periode 2010-2013 had 8% van de bedrijven te maken met stiptheidsacties, 10% met een korte staking van minder dan een dag en 13% met een staking van één dag of meer. Europees gezien is dat 5%, 6% en 7%.

Voor de stakingen voor bedrijfsspecifieke redenen (en dus niet de politieke stakingen), werden er ook vragen gesteld naar de effectiviteit ervan. Tot wat hebben die werkonderbrekingen geleid? Tot een werkgever die tegemoetkomt aan de verzuchtingen van de stakers, een evenwichtig compromis, werknemers die hun eisen laten vallen of het eenvoudigweg stopzetten van de actie zonder dat het probleem opgelost is?

Wat blijkt, in 36% van de gevallen eindigden de acties met een werkgever die grotendeels aan de verzuchtingen van de werknemers tegemoetkomt. In nogmaals 39% van de gevallen kwamen beide partijen tot compromis. In drie op de vier gevallen kunnen we de actie dus een relatief ‘succes’ noemen. In één op de tien hebben de werknemers de eisen laten vallen en in de resterende 16% kwam er geen oplossing uit de bus (en blijven de beide partijen dus staan met hun eisen).

De bedrijfsspecifieke stakingen in België blijken dus relatief succesvol te zijn. Ook als we deze cijfers vergelijken met het Europese gemiddelde en onze buurlanden (zie grafiek) scoort België niet slecht. Enkel Nederland lijkt beter te scoren met niet minder dan 77% stakingen die uitdraaien op een compromis. Groot-Brittannië scoort opvallend slecht met amper 45% van de stakingen die uitmonden in een werkgever die tegemoetkomt aan de eisen of een compromis.

DK30q8sXoAUDjyN.jpg

Samengevat: het stakingswapen (in brede zin) wordt in België relatief vaak aangewend. De beschikbare cijfers rond stakingen voor bedrijfsspecifieke redenen tonen ook aan dat die strategie haar vruchten kan afwerpen. In de meeste gevallen komt er een compromis uit de bus of gaat de werkgever in op de eisen van de werknemers. Het stakingswapen kan dus niet zomaar afgedaan worden als ‘enkel politiek’ of ‘niet meer van deze tijd’. Het is een belangrijk (en effectief) middel van de werknemers om hun verzuchtingen te communiceren en compromissen op bedrijfsniveau te bereiken.

De vraag blijft of vele stakingen niet voorkomen kunnen worden. De staking is en blijft het laatste actiemiddel om de verzuchtingen van de werknemers kenbaar te maken. Het is een actiemiddel waarin werkgever en werknemer verliezen lijden. De werkgever ziet zijn productie verstoord en de werknemer verliest loon en loopt het risico op sancties. Toch is het inzetten van dat actiemiddel blijkbaar vaak noodzakelijk om tot een compromis te komen. Een beter sociaal overleg op bedrijfsniveau, sector en nationaal niveau waarin compromissen gesloten worden voordat de discussies escaleren zou al vele stakingen kunnen vermijden.

Deze opinie verscheen eerder op dewereldmorgen.be.

 

[1] Deze vragen worden gesteld aan de werknemersvertegenwoordigers uit meer dan 9.000 bedrijven in alle EU landen. De survey werd afgenomen in 2013 en de gestelde vraag luidde als volgt: “Kunt u me zeggen of, sinds het begin van 2010, één van de volgende types vakbondsactie hebben plaatsgevonden in deze vestiging?”. Vertegenwoordigers konden kiezen uit: “stiptheidsactie of weigering om overuren te presteren, werkonderbreking of staking van minder dan een dag, staking van één dag of meer, blokkade of bezetting.”

Een vermogensbelasting voor dummies

Zes kanttekeningen bij het pensioendebacle