Werknemers aan het stuur: een democratische lente op het werk?

In België lanceerden Groen en PS recent verschillende voorstellen om werknemers een beslissende stem te geven binnen een bedrijf. Duitsland kent al het systeem van Mitbestimmung, terwijl in andere Europese landen het debat woedt of er schoorvoetend in actie wordt geschoten. Breekt binnenkort de democratische lente aan op het werk?

Elke dag, als werknemers over de drempel van hun bedrijfsdeur stappen, verliezen ze heel wat rechten. Waar ze zo-even nog burgers waren met fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting, worden ze werknemers in bedrijven waarin autoriteit en subordinatie de regel zijn. Het kapitalistische bedrijf past moeilijk bij de politieke democratie.

Om die dagelijkse transitie van burgers naar werknemers en terug te vergemakkelijken werden in alle Europese landen systemen van inspraak opgezet. Werknemers zijn beschermd tegen machtsmisbruik en collectief overleg met de vakbond geeft werknemers de mogelijkheid geïnformeerd en geconsulteerd te worden. Maar is dat wel allemaal voldoende?

 

Stemmen werknemersbetrokkenheid in het bedrijfsbeleid?

Die vraag wordt druk besproken in vakbondsmiddens, maar recent roeren ook politieke partijen zich in Frankijk, het Verenigd Koninkrijk en België. Volgens hen moeten werknemers dringend echte inspraak krijgen in strategische bedrijfsbeslissingen.

Dat is alvast de opinie van de Parti Socialiste (PS) en Groen. De PS presenteerde een plan waarmee ze werknemers een beslissende stem wil geven in het bestuur van een bedrijf. Volgens Elio Di Rupo moet dit “een alternatief voor het kapitalisme” geven.

Ook Groen is sinds kort officieel voorstander van meer betrokkenheid van werknemers. Evita Willaert verklaarde het volgende: “Groen wil de democratie versterken door burgers en consumenten een luidere stem te geven in het beleid. (…) Dit betekent dat vertegenwoordigers van werknemers bij moeten dragen aan bedrijfsbeslissingen. Groen stelt daarom voor om ten minste één zetel in de raad van bestuur van bedrijven te voorzien voor werknemersvertegenwoordigers”.

Waar in België positie ingenomen wordt, ging men in Frankrijk over tot actie. In 2013 introduceerde de regering van president François Hollande wetgeving die werknemers het recht gaf om vertegenwoordigers te sturen naar de raden van bestuur van privé-bedrijven. Eerder bestond er al een wet die dit regelde in staatsbedrijven, maar nu zouden alle werknemers in grote bedrijven van dit recht kunnen genieten.

In 2016 deed de Britse premier Theresa May enkele uitspraken waaruit bleek dat ze voorstander was van een vergelijkbaar systeem omdat, zoals ze toen stelde, “we nood hebben aan een economie die voor iedereen werkt”.

Het debat in België en het VK zijn van belang want het zijn twee uitzonderingen binnen het ‘oude’ Europa (EU 15) die géén enkele vorm van medezeggenschap hebben. Vele andere EU-landen hebben wél systemen waarbij werknemers vertegenwoordigers kunnen sturen naar de raad van bestuur van een bedrijf. Het Duitse systeem van Mitbestimmung is daar het meest bekende voorbeeld van, maar ook in Zweden, Nederland, Finland en heel wat andere landen bestaan er vergelijkbare systemen.

Moeten deze nieuwe initiatieven en debatten ons positief stemmen over de toekomst van medezeggenschap? En zullen we eindelijk een soort opwaartse convergentie zien als deze achterblijvers het Europese peloton van de medezeggenschap inhalen? Hopelijk, maar waarschijnlijk moeten we nog even wachten.

 

Gewone, straffe en ‘decaf’ versies van medezeggenschap

Starten we met de recente ervaringen in Frankrijk. De invoering van medezeggenschap kwam, zoals gezegd, nogal onverwacht in een land dat niet bekend staat om zijn constructieve relaties tussen vakbonden en management. De nieuwe regelgeving breidde de rechten van werknemers gevoelig uit, maar er zijn ook beperkingen.

Zo geldt de wetgeving enkel voor grote bedrijven (die de regelgeving ook kunnen omzeilen) en mogen de werknemers maar één of twee vertegenwoordigers sturen. De werknemers zitten daar in een nogal ongemakkelijke minderheid. Wat vreemder is, is dat de vertegenwoordigers hun andere vertegenwoordigende functies moeten opgeven. Ze mogen dus geen lid meer zijn van de ondernemingsraad of vertegenwoordiger van de vakbond. Zo wordt de relatie met hun achterban een stuk zwakker.

Je zou het Franse systeem van medezeggenschap een soort van gedecafeïneerde koffie kunnen noemen: het lijkt erop, het smaakt ernaar maar een groot deel van het effect is geneutraliseerd.

Hoe overtuigd May klonk rond medezeggenschap, zo snel smolt haar overtuiging weg eens ze eerste minister was. Na een hele periode van debat en water bij de wijn doen kwam er een magere ‘Green Paper on Corporate Governance Reform’ uit de pijplijn met drie opties voor werkgevers.

Ze kunnen een overlegcomité inrichten met (onder andere) werknemers; een ‘non-executive director’ aanstellen die zich moet bezighouden met werknemersbelangen; of voldoen aan wat strengere criteria rond niet-financiële rapportering. De macht van de aandeelhouders wordt met andere woorden amper aangetast.

 

Belgische voorstellen: Groen & PS

Over naar België. Hier zit het debat nog lang niet bij de besluitvormers, maar namen twee oppositiepartijen aan beide kanten van de taalgrens het thema op. In het schakelcongres van Groen werd een paragraaf opgenomen waaruit blijkt dat ze voorstander zijn van een werknemersvertegenwoordiging in de raad van bestuur van bedrijven.

Dit standpunt past in een breder plaatje waarin Groen pleit voor meer betrokkenheid van consumenten, klanten en burgers in het beleid. Zo stellen ze voor om de stem van de gebruiker mee te nemen in het bestuur van het openbaar verover, de stem van bewoners in ouderverzorgingscentra en de stem van werknemers in bedrijven.

De uiteindelijke macht blijft bij de aandeelhouders, maar werknemers zouden hun agenda kunnen verdedigen op het hoogste beslissingsniveau. Met dit voorstel zou Groen België in de Europese mainstream plaatsen.

Naast de mainstream koffie van Groen en de decaf van Frankrijk is er de ristretto van de PS. De Franstalige socialisten doen een radicaal voorstel dat werknemers een beslissende stem moet geven in bedrijfsbeslissingen.

Hun systeem is gebaseerd op het werk van UCL-professor Isabelle Ferreras. Het idee is dat bedrijven bestuurd moeten worden zoals landen vroeger, met twee kamers: een kamer met vertegenwoordigers van het kapitaal (aandeelhouders) en een kamer met vertegenwoordigers van de werknemers. Belangrijke beslissingen zouden pas genomen kunnen worden met het akkoord van beide kamers.

Straffe kost die verdergaat dan elk (voor ons) gekend systeem van medezeggenschap. Let op, in het PS-voorstel zouden niet alle bedrijven dit model moeten opnemen, het zou openstaan voor allen maar in een eerste stap toegepast worden voor staatsbedrijven. Het zou, op die manier, een alternatief moeten geven aan de kapitalistische bedrijfsorganisatie.

Maar wat met de nevenwerkingen van deze straffe koffie? Werknemers een beslissende stem geven in het bestuur van bedrijven geeft ze een enorme macht, maar ook een enorme verantwoordelijkheid. En wat met vakbonden, stakingen en collectief overleg in zulke bedrijven?

 

Ligt de basis er voor een democratische lente?

De recente initiatieven en debatten over de stem van de werknemer in het bestuur van bedrijven is zonder meer positief. Maar enkele zwaluwen maken de lente niet. De Franse stappen vooruit zijn er gekomen met beperkingen, in het VK is het debat begraven onder een deken van vrijblijvendheid en in België is het publieke debat er nog niet gekomen, ondanks de zonder meer interessante voorstellen van twee belangrijke oppositiepartijen. Maar een politiek momentum komt even snel als het verdwijnt en met wat geluk kondigen deze zwaluwen wel degelijk een economisch democratische lente aan.

Dit opiniestuk verscheen eerder op Apache.

Collectieve ontslagen: wint marktdenken van solidariteit?

Minder werken voor zelfde loon is perfect haalbaar