Waarom een blinde besparingslogica onze begrotingsproblematiek niet zal oplossen
In de Kamer waarschuwde premier Bart De Wever kort voor het aanbieden van zijn ontslag nog voor een ‘wall of darkness’, een ware begrotingscatastrofe die op ons af dreigde te komen als zijn regering niet durfde doorpakken. ‘Het einde van de wereld is niet dat we aan de sociale rechten van gepensioneerden raken, maar dat er een schuldencrisis uitbreekt’, zo verklaarde hij. Sterk politiek theater, waarbij een aantal zaken echter nogal snel over het hoofd gezien werden: België wordt vandaag (nog) niet geconfronteerd met een acute schuldencrisis, en vooral: het is allerminst zeker dat drastische besparingen de overheidsschuld daadwerkelijk zullen terugdringen.
Schuldencrisis?
Het klopt dat de Belgische rentelasten de komende jaren zullen stijgen. Naarmate leningen die in het verleden tegen lage rentevoeten werden aangegaan, worden geherfinancierd tegen de huidige, hogere tarieven, loopt de factuur op. Maar dat wijst niet automatisch op een structurele vertrouwenscrisis in Belgisch schuldpapier. Een belangrijk deel van de stijgende rente wordt ook bepaald door ‘externe’ factoren: het verkrappende beleid van de ECB, geopolitieke spanningen, energieschokken, oplopende inflatie en de massale investeringen in AI.
Ook ‘zuinige’ lidstaten moeten vandaag dus fors meer rente betalen dan enkele jaren geleden. Op 2 november, een dag na het ontslag van de regering De Wever, kon België nog altijd lenen op tien jaar tegen een rente van 4,4 procent; slechts een dikke procentpunt meer dan Duitsland. In vergelijking met de ontsporende spreads tijdens de Europese schuldencrisis blijven de renteverschillen met Duitsland nu dus relatief beperkt. Bovendien heeft de ECB vandaag ook een sterker institutioneel vangnet en kan ze obligatiespeculanten dus sneller buitenspel zetten. Bijgevolg blijven beleggers nog altijd bereid om België aanzienlijke bedragen te lenen: In mei 2026 haalde het Federaal Agentschap van de Schuld probleemloos 8 miljard euro op, tegenover meer dan 45 miljard euro aan inschrijvingen. Van een dreigende financiële afgrond is dus voorlopig weinig sprake.
Maar wat dan met het gevreesde sneeuwbaleffect? Daarvoor is de verhouding tussen economische groei en rente doorslaggevend. Zolang de nominale economische groei hoger ligt dan de gemiddelde rente op de overheidsschuld blijft de schuld onder controle. Besparingen, die de economische activiteit afremmen, dreigen die groei net te verzwakken en de stabilisatie van de schuld dus te bemoeilijken. Net daarom is een te drastische begrotingssanering riskant: ze kan de groei afremmen en het probleem dat ze wil oplossen net vergroten.
De besparingsboemerang
Te forse besparingen werken immers averechts: minder overheidsuitgaven, lagere uitkeringen en pensioenen, bevroren lonen en aangetaste koopkracht betekenen minder consumptie, minder economische activiteit en uiteindelijk ook minder belastinginkomsten. De overheid bespaart dan aan de ene kant, maar ziet haar inkomsten aan de andere kant teruglopen.
Europa heeft die les eerder al hardhandig geleerd. In 2013 erkende toenmalig IMF-hoofdeconoom Olivier Blanchard dat de negatieve effecten van de Europese besparingsprogramma's aanzienlijk waren onderschat. De besparingsmaatregelen tussen 2011 en 2013 deden het bbp van de eurozone naar schatting 5,5 tot 8,4 procent krimpen ten opzichte van het niveau zonder die maatregelen. Ook recent onderzoek bevestigt de economische kostprijs van een onevenwichtig besparingspakket: elke euro die op overheidsuitgaven wordt bespaard, zou na twee jaar leiden tot een verlies van ongeveer 1,7 euro aan bbp. Bij een belastingverhoging bedraagt dat verlies slechts 0,4 euro.
Ook de resultaten van de huidige sanering zijn weinig overtuigend. De regering heeft tegen 2029 al voor 29 miljard euro aan besparingen vastgelegd. Toch zou het begrotingstekort volgens het Monitoringcomité tegenover de oorspronkelijke projecties slechts met ongeveer 7 miljard euro afnemen, tot nog altijd 4,9 procent van het bbp. De al geleverde besparingsinspanning is enorm, het resultaat beperkt. Dat is geen toeval: een deel van de verwachte opbrengst verdampt immers door de economische schade die de maatregelen zelf veroorzaken.
Uitholling belastingbasis
Bovendien staart de regering zich blind op de verkeerde kant van de begroting. Het debat gaat vrijwel uitsluitend over de uitgaven, terwijl net de uitholling van de overheidsinkomsten onze aandacht verdient. Volgens de Nationale Bank daalden de overheidsinkomsten tussen 2016 en 2025 met liefst 12 miljard euro, terwijl de primaire uitgaven ‘maar’ toenamen met 9 miljard.
Die uitholling is geen natuurfenomeen, maar het gevolg van expliciete politieke keuzes: lagere werkgeversbijdragen, een ongedekte tax shift, en een verlaagde vennootschapsbelasting die fiscale constructies zoals managementvennootschappen mogelijk maakte. De huidige regering zet die lijn voort met nieuwe lastenverlagingen, bijkomende fiscale vrijstellingen en een forse uitbreiding van onder andere de flexijobs en de studentenarbeid. Nochtans maken evaluaties die gebeurden op vraag van deze regering zélf duidelijk hoe ineffectief die politiek is. Eerst wordt dus de belastingbasis uitgehold, vervolgens worden besparingen als onvermijdelijk voorgesteld. Dat is een vicieuze cirkel, geen langetermijnstrategie om het “rotten te stoppen”.
Wie de overheidsfinanciën ernstig wil saneren, moet ook durven kijken naar wie vandaag onvoldoende bijdraagt. De rijkste 1 procent betaalt gemiddeld slechts 23 procent van zijn inkomen aan belastingen en sociale bijdragen, tegenover 43 procent voor de gemiddelde Belg. Toch worden de hoogste inkomens grotendeels ontzien, terwijl de sociale bescherming en publieke dienstverlening de zwaarste klappen opvangen.
Er bestaan nochtans alternatieven: een rechtvaardiger belastingstelsel, het sluiten van fiscale achterpoortjes en het terugdringen van inefficiënte bedrijfs- en fossiele subsidies. Dat is niet alleen eerlijker, maar economisch ook minder schadelijk dan blind besparen op overheidsuitgaven. Het echte einde van de wereld is dus geen ‘hypothetische’ schuldencrisis, maar dat we onze welvaartsstaat uithollen, onze scholen en ziekenhuizen verzwakken en de ecologische transitie uitstellen in naam van een schuld die het besparingsbeleid zelf niet weet terug te dringen.
- Deze bijdrage verscheen eerder bij Knack.

