De manier waarop Arizona (niet) bespaart op bedrijfssubsidies is potsierlijk
‘In de huidige budgettaire context kan Arizona kan niet langer een oogje dichtknijpen voor de genereuze bedrijfssubsidies’ , schrijft Olivier Pintelon van denktank Minerva.
Wat hebben de volgende topics met elkaar gemeen? Nacht- en ploegenarbeid, jonge werknemers, oude werknemers, lageloonjobs, voetballers, vaste jobs in de horeca, onthaalouders, de eerste aanwerving(en), wetenschappelijk onderzoek, jobs in de sociale sector, huispersoneel, kunstenaars, baggeraars, dienstencheque en overuren. Wel, ze vormen allen het onderwerp van een specifieke bedrijfssubsidie.
België is dan ook kampioen bedrijfssubsidies. De Nationale Bank van België becijferde eind 2025 hun omvang: jaarlijks gaat het over maar liefst 25 miljard euro. We spenderen maar liefst 4,1 percent van onze welvaart aan bedrijfssubsidies, dat is 1,5 percentpunt meer dan onze buurlanden. Ook de data van de OESO, een denktank van de rijkste landen, wijzen in dezelfde richting. Ons land besteedt maar liefst 1,9 percentpunt van het bbp meer aan ‘general, economic, commercial and labour affairs’ dan elders is de Europese Unie.
Het gros van de bedrijfssubsidies – zowat twee derde – neemt de vorm aan van een loonsubsidie. Een deel daarvan is fiscaal van aard. De werkgever stort dan een deel van de geïnde bedrijfsvoorheffing niet door aan de fiscus. Zo bestaat er een fiscale subsidie van ruim twee miljard euro voor nacht- en ploegenarbeid, overuren zijn op hun beurt goed voor ruim 200 miljoen euro. Daarnaast heb je de kortingen op de werkgeversbijdrage aan de sociale zekerheid, de zogenaamde RSZ-kortingen. Sinds de invoering van het ‘globaal beheer’ midden jaren 1990 namen die een hoge vlucht. Ze groeiden uit tot dé houtworm in de sociale zekerheid. Voor 2025 spreken we over een duizelingwekkend bedrag van 11,6 miljard euro (als je ook de algemene tariefverlaging van de regering-Michel in rekening brengt). In theorie stutten die loonsubsidies onze tewerkstelling, maar onderzoekers klagen al jaren hun inefficiëntie aan.
Volgens de meest recent prognose van het Planbureau stevenen we eind deze legislatuur af op een begrotingstekort van 5,7 percent van bbp, een slordige 34 miljard euro. Dat is zelfs voor de keynesianen onder ons veel. In die context kan Arizona niet langer een oogje dichtknijpen voor de genereuze bedrijfssubsidies. In de Kamer liggen nu de maatregelen uit het begrotingsakkoord van eind 2025 finaal ter stemming voor. Schoorvoetend beknibbelt de regering-De Wever op enkele subsidielijnen. De manier waarop is evenwel potsierlijk.
Ten eerste, blijft de totale besparing op de bedrijfssubsidies bijzonder bescheiden qua omvang. Bij haar aantreden mikte premier De Wever op een besparing van ongeveer 23 miljard euro, 300 miljoen daarvan – een schamele 1,3 percent van de inspanning – komt van bedrijfssubsidies. Tijdens de moeizame begrotingsdiscussie eind 2025 kwam daar nog ongeveer 160 miljoen bij. Die bijkomende besparing is quasi volledig toe te wijzen aan het ‘bevriezen’ van de vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing. Die fiscale subsidie mag deze legislatuur niet verder doorstijgen, niet meer, maar ook niet minder. Tegelijk roept Arizona maar liefst anderhalf miljard euro aan nieuwe RSZkortingen in het leven. De totale omvang van de bedrijfssubsidies zal deze legislatuur dus nog verder toenemen.
“‘Het getuigt van een ongelofelijk arrogantie dat de enige bedrijfssubsidie die Arizona afschaft er één voor werkbaar werk is. De federale regering subsidieert blijkbaar liever ziekmakers.’ ”
Ten tweede, spreken de concrete keuzes van Arizona boekdelen. Tijdens haar wittebroodsweken nam de regering-De Wever bijvoorbeeld uitsluitend de overheidsbedrijven NMBS en BPost in het vizier. Tijdens de begrotingscontrole eind 2025 besliste Arizona dan toch om één subsidielijn voor de private sector af te schaffen: die voor collectieve arbeidsduurvermindering. Het getuigt van een ongelofelijk arrogantie dat de enige bedrijfssubsidie die Arizona afschaft er één voor werkbaar werk is. Bedrijven gebruik(t)en die subsidie om werkbaar werk te creëren voor doelgroepwerknemers in hun onderneming, denk aan shiftwerkers. In het verleden gaf het bedrijven een duwtje in de rug richting bijkomende verlofdagen. De subsidie is bescheiden qua bedrag en tijdelijk van aard, voor heel 2025 spreken over amper 9 miljoen euro, een bedrag dat in het niets verdwijnt ten opzichte van de twee miljard euro voor nacht- en ploegenarbeid. De federale regering subsidieert blijkbaar liever ziekmakers dan werkbaar werk.
Voor de volledigheid, ei zo na schrapte de Arizona nog een andere loonsubsidie, die voor vaste werknemers in de horeca. De afschaffing stond ook in de begrotingstabel, maar verdween van tafel tijdens een zoveelste nachtelijke onderhandeling over de btw-hervorming.
Ten derde, zelfs besparingen die de regering-De Wever op een presenteerschaaltje krijgt, vallen in dovemansoren. Al sinds begin de jaren 1980 bestaat een specifieke subsidie voor de eerste aanwervingen die een startende onderneming verricht. Het bleef jarenlang een subsidie met een bescheiden kost tot de regering-Michel besliste om de RSZ-korting voor de eerste aanwerving onbeperkt te maken in de tijd. Elk bedrijf opgericht sinds 2016 heeft sindsdien een levenslange subsidielijn voor één werknemer.
Logischerwijs explodeerde het kostenplaatje, uiteindelijk tot bijna één miljard euro. In 2021 trok het Rekenhof aan de alarmbel. De instelling stelde in een evaluatie vast dat de levenslange subsidie geen bijkomende jobs opleverde, noch de overlevingskansen van startende ondernemingen vergrootte. De sociale partners pleitten vervolgens unaniem voor een beperking van de subsidie tot 26 kwartalen, dat is zes en een half jaar. Op kruissnelheid kan die beperking in de tijd maar liefst een half miljard euro opbrengen.
Vijf jaar na het uitbrengen van dat unanieme advies blijft het nog steeds dode letter. Dat de regering-De Wever zelfs dergelijke no-brainers negeert, spreekt boekdelen over de agenda die ze verdedigt.
- Deze bijdrage verscheen eerder bij Knack.

