Alternatieven voor het besparingsbeleid van Arizona

Alternatieven voor het besparingsbeleid van Arizona

Adriano La Gioia is doctoraal onderzoeker in de politieke economie aan de VUB en ULB. Hij schrijft deze bijdrage op vraag van Denktank Minerva

Er bestaan andere begrotingsmaatregelen die aanzienlijke budgettaire marges kunnen creëren, zonder de sociale zekerheid of levensstandaard van de meerderheid van de bevolking aan te tasten.

Een groot deel van het tekort is het gevolg van een daling van de inkomsten.

In zijn boek Over welvaart stelt Bart De Wever dat een besparingskuur onvermijdelijk is om de welvaartsstaat te behouden. Dat discours is niet nieuw en past in een bekende traditie. In de jaren 1980 rechtvaardigde Margaret Thatcher neoliberale hervormingen al met de beroemde formule There Is No Alternative (TINA).

Als we echter de evolutie van de Belgische overheidsfinanciën nader bekijken, is het idee dat er geen alternatief is zeer betwistbaar. Een begroting opmaken is een kwestie van politieke keuzes. In deze tekst stellen we een reeks begrotingsmaatregelen voor die aanzienlijke budgettaire marges kunnen creëren, zonder de sociale zekerheid of levensstandaard van de meerderheid van de bevolking aan te tasten.

De Arizona-besparingen

Om deze discussie te begrijpen, moeten we eerst teruggaan naar de oorzaken van het begrotingstekort. In tegenstelling tot wat politici vaak suggereren, is dit tekort niet voornamelijk te wijten aan een stijging van de uitgaven. Een groot deel van het tekort is integendeel het gevolg van een daling van de inkomsten van de overheid en de sociale zekerheid. Tussen 2014 en 2024 zijn de overheidsinkomsten met 2,8 procentpunt van het bbp gedaald, wat neerkomt op 17,6 miljard euro in 2024.

Een groot deel van het tekort is het gevolg van een daling van de inkomsten

Het voorbeeld van de tax shift onder de regering-Michel is veelzeggend. Die hervorming werd destijds voorgesteld als een begrotingsneutrale hervorming die de daling van de sociale bijdragen zou compenseren door andere inkomsten op te halen en een stijging van de werkgelegenheid teweeg te brengen, maar in werkelijkheid heeft die hervorming geleid tot een enorm verlies aan inkomsten voor de sociale zekerheid.

In deze context presenteert premier De Wever politieke keuzes als economische noodzaak en besparingen op de sociale zekerheid als onvermijdelijk. Deze logica verwijst naar een strategie die in de geschiedenis van het economisch beleid bekend is als starve the beast, een strategie die door Ronald Reagan aan populariteit won in de jaren 1980. Het mechanisme is eenvoudig. Eerst worden belastingen verlaagd - vooral voor hoge inkomens en bedrijven - waardoor de overheidsinkomsten dalen. De ontstane tekorten worden vervolgens gebruikt om besparingen in de overheidsuitgaven te rechtvaardigen, vooral in de sociale zekerheid en openbare diensten.

Uit onze analyse van de begrotingstabellen van het regeerakkoord van januari 2025 en van het begrotingsakkoord van november 2025 blijkt wie er door de besparingen en maatregelen zal worden getroffen. De Arizona-regering grijpt voornamelijk in op de sociale zekerheid (47%): meer bepaald in pensioenen (10%), gezondheid (5%), werkloosheid en langdurige ziekte (18%), welzijn en sociale bijstand (13%). Daarnaast wordt er bezuinigd op de administratie en de openbare diensten (17%).

De maatregelen van Arizona hebben zeer beperkte budgettaire effecten

Bovendien zouden deze maatregelen, die pijnlijke sociale gevolgen hebben, zeer beperkte budgettaire effecten kunnen hebben. Vóór Arizona werd het overheidstekort voor 2029 geraamd op 5,8% van het bbp. Volgens de laatste verwachtingen van het Federaal Planbureau werd het tekort voor 2029 met de geplande hervormingen van Arizona geraamd op 5,7% van het bbp. Met andere woorden: ondanks talrijke besparingen zou de vermindering van het tekort zeer beperkt blijven. Het belangrijkste doel van de doorgevoerde hervormingen lijkt dus niet het terugdringen van de schuld en het tekort te zijn, maar wel het ter discussie stellen van sociale verworvenheden van de 20ste eeuw, met als uiteindelijk doel de winst van bedrijven te vergroten.

De zogenaamde 'sterkste schouders' dragen daarentegen slechts bij voor 7% van de totale inspanning. En zelfs dat cijfer is gebaseerd op de ramingen die de regering zelf in haar begrotingstabellen naar voren schuift. In verschillende gevallen is het reële rendement van de aangekondigde maatregelen bijzonder onzeker. De meerwaardebelasting is daar een goed voorbeeld van: terwijl de regering in haar begrotingstabellen beweert dat deze 500 miljoen euro zou kunnen opbrengen, schat het Rekenhof dat de werkelijke opbrengst dichter bij 120 miljoen euro ligt.

Een andere weg is mogelijk

Toch zijn er andere begrotingskeuzes mogelijk. In een recente nota voor Denktank Minerva stelden we een reeks maatregelen voor die tegen 2029 40,6 miljard euro kunnen vrijmaken, zonder dat dit ten koste gaat van de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking.

Deze voorstellen zijn ook een antwoord op het sterk ongelijke karakter van ons belastingstelsel. De fiscaliteit in België is namelijk erg regressief voor de hoogste inkomens. Vanaf een bepaald inkomensniveau geldt: hoe hoger het inkomen, hoe lager het effectieve belastingtarief. Een gemiddelde Belg betaalt ongeveer 42% belastingen op zijn totale inkomen, terwijl de rijkste 1% gemiddeld slechts 24% betaalt. Dat komt onder meer doordat de fiscale architectuur toelaat dat de rijksten bepaalde belastingen vermijden en doordat inkomsten uit vermogen - dividenden, huurinkomsten of meerwaarden - aanzienlijk minder worden belast dan inkomsten uit arbeid.

In onze nota tonen we aan dat het mogelijk is om ons belastingstelsel rechtvaardiger te maken en tegelijkertijd het begrotingstekort te verminderen. Ongeveer 58% van onze voorgestelde begrotingsinspanning komt uit hogere fiscale inkomsten, voornamelijk gedragen door de 'sterkste schouders'.

Ongeveer 58% van onze voorgestelde begrotingsinspanning komt uit hogere fiscale inkomsten

We zetten enkele van onze belangrijkste maatregelen op een rijtje. De globalisering van de personenbelasting, waarbij inkomsten uit financieel vermogen en reële huurinkomsten in de belastbare basis worden geïntegreerd; dit zou zo'n 10 miljard euro kunnen opleveren. Een progressieve belasting op grote vermogens, met een tarief van 1% tussen 1 en 2 miljoen euro, 2% tussen 2 en 3 miljoen euro en 3% daarboven; dit zou bijna 9 miljard euro kunnen opleveren. Een belasting op meerwaarden tegen een tarief van 30%, een tarief dat vergelijkbaar is met dat van de buurlanden; dit zou bijna 3 miljard euro kunnen opleveren.

Ongeveer 18% van onze begrotingsinspanning zou bovendien komen uit de vermindering van bepaalde fiscale niches, bijvoorbeeld via een hervorming van de fiscaliteit op de tweede pensioenpijler, die ongeveer 4 miljard euro zou kunnen opleveren. Bovendien zou de afschaffing van de uitbreiding van de structurele kortingen op RSZ-werkgeversbijdragen en van de plafonnering voor patronale sociale bijdragen voor de hoogste lonen - twee maatregelen van Arizona - 1 miljard euro kunnen opleveren.

Ten slotte zou 24% van onze begrotingsinspanning gebaseerd zijn op een vermindering van bepaalde overheidsuitgaven, bijvoorbeeld via een vermindering van de subsidies voor fossiele brandstoffen of bepaalde militaire uitgaven.

Met onze vrijgemaakte middelen kunnen ook andere zaken gefinancierd worden, zoals betere openbare diensten (kinderopvang, scholen en openbaar vervoer), een verhogen van de inkomsten van bepaalde zorg- en onderwijsberoepen, of meer overheidsinvesteringen in de groene transitie.

Met andere woorden: op begrotingsgebied bestaat er geen economische fataliteit. De huidige keuzes zijn vooral politieke keuzes. Een andere weg is mogelijk.

EEN BEGROTINGSOEFENING VAN 40 MILJARD EURO DIE NIET TEN KOSTE GAAT VAN WIE AL HET MINSTE HEEFT
Olivier Malay, Louise Lambert, Martial Toniotti, Mattis Dartevelle, Adriano La Gioia
Denktank Minerva, 2026

-          Deze bijdrage verscheen eerder bij SamPol.

Hielke Van Doorslaer

Doctor in de Politieke Economie (UGent) en wetenschappelijk medewerker bij Denktank Minerva.

✉️ hielke.vandoorslaer@denktankminerva.be

Baren voor het vaderland? Waarom onze baby’s de migranten niet kunnen vervangen

Baren voor het vaderland? Waarom onze baby’s de migranten niet kunnen vervangen

De manier waarop Arizona (niet) bespaart op bedrijfssubsidies is potsierlijk

De manier waarop Arizona (niet) bespaart op bedrijfssubsidies is potsierlijk