Ceuta toont niet de nood aan sterkere grenzen. Het ontmaskert ‘Fort Europa’ als een gevaarlijke fictie.

Hoe de crisis aan de Spaans-Marokkaanse grens de illusie doorprikt dat strengere regels en hogere muren de EU meer grip geven op migratie.

Op 30 juli zwommen zo'n 70.000 mensen om de golfbreker van Ceuta heen, de Spaanse enclave in Marokko. Minstens 72 van hen kwamen om - verdronken of verpletterd tegen de zeewering. Binnen 48 uur had het overgrote deel de enclave echter weer verlaten, zonder dat iemand het Spaanse vasteland bereikte. Toch volgde meteen het voorspelbare schouwspel: oproepen tot hogere muren, meer Frontex-middelen en meer samenwerking met derde landen om migranten nog sneller tegen te houden.

Maar wat Ceuta in werkelijkheid blootlegt, is net het failliet van het narratief dat sterkere grenzen ons meer grip geven op migratie. Het resultaat is geen grotere controle, maar een grotere afhankelijkheid. In de krampachtige zoektocht  naar 'grip' besteedt Europa haar migratiebeleid in toenemende mate uit aan autoritaire regimes — en ondermijnt zo haar eigen soevereiniteit.

The fence arround the spanisch enclave of melilla in 2006. pictures by Sara Prestianni taken from storie migranti

Dat is de fundamentele paradox waar het Europese migratiedebat al jaren op botst: politici beloven de controle terug te nemen, terwijl we die in de praktijk juist uit handen geven. Niet aan Brussel, maar aan autoritaire regimes aan de Europese rand die niet per se het beste met ons voor hebben.

De sleutel van het fort uit handen gegeven

De voorbije twintig jaar investeerde de EU miljarden in het externaliseren van haar migratiebeleid. Marokko, Tunesië, Egypte, Turkije en Libië worden betaald om migranten tegen te houden vóór ze Europa bereiken. Frontex groeide uit tot een van de grootste EU-agentschappen, de hekken rond Ceuta en Melilla werden almaar hoger. Fort Europa bestaat dus al – alleen bewaart iemand anders de sleutel. Wie migranten kan tegenhouden, kan ze immers ook vlot weer laten vertrekken. En wie dat kan, beschikt over een machtig instrument om diplomatieke toegevingen, financiële steun of politieke gunsten af te dwingen.

Precies dat gebeurde in Ceuta. Nadat de relaties tussen Rabat en Madrid verzuurden over de Spaanse koers ten aanzien van Algerije en het Polisario-front in de Westelijke Sahara, versoepelde Marokko plots de grensbewaking. Binnen enkele uren staken tienduizenden mensen de grens over, aangewakkerd via een gerichte sociale mediacampagne. Geen ongecontroleerde “invasie” dus, maar een vorm van cynische hybride oorlogsvoering, een door Rabat georkestreerde druktest die precies daar duwt waar het pijn zou doen. Door migratiebeheersing in toenemende mate uit te besteden, heeft Europa autoritaire regimes een ongeziene geopolitieke hefboom gegeven.

Binnenlands theater, Europese verdeeldheid

Rechtse beleidsmakers zagen in de crisis vooral een kans voor binnenlands politiek theater. In plaats van Marokko ter verantwoording te roepen voor het inzetten van mensenlevens als chantagemiddel, kozen zij ervoor om Madrid aan de schandpaal te nagelen. Binnen enkele uren viel Europa uiteen in paniek en verwijten. Italië schortte de Schengenregels met Spanje op. Frankrijk verstrengde de controles. In  België pleitte MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez voor een “gedeeltelijke schorsing” van Spanje uit de Schengenzone. Tweeëntwintig van de zevenentwintig lidstaten ondertekenden een brief die de Spaanse regularisatiepolitiek aanwees als belangrijke “aanzuigfactor”. Door Spanje te beschuldigen van 'laksheid' en te dreigen met Schengen-schorsingen, boden ze Rabat een opzichtig geschenk aan. Marokko hoefde nauwelijks iets te doen.

Nog geen week later, op 4 augustus na een informeel video-overleg, was de stemming even snel weer gekeerd: de aangekondigde grenscontroles werden ingetrokken en dezelfde regeringen die Madrid hadden aangevallen, prezen plots de Spaanse aanpak. Toch werd Marokko in het slotverslag geen enkele keer bij naam genoemd. Noch werd er verwezen naar de “Crisis and Force Majeure Regulation” – het EU-kader dat exact is ontworpen voor situaties waarin een derde land migratie bewust als drukmiddel inzet. Rabat hoefde zich nergens voor te verantwoorden. Integendeel: Commissievoorzitter Von der Leyen prees het land als “een belangrijke strategische partner” en beloofde meer geld en technische steun. Dat is geen diplomatie, wel het belonen van afpersing.

Een les die we moedwillig negeren

Na corona en de energiecrisis verklaarde Europa plechtig nooit meer afhankelijk te zullen zijn van autoritaire regimes. We zouden nooit meer toelaten dat Rusland of een andere macht gas en energie als geopolitiek wapen zou inzetten. “Strategische autonomie” en “(energie-)soevereiniteit” werden de nieuwe codewoorden. Maar op migratievlak negeren we moedwillig diezelfde les. We creëren vrijwillig nieuwe afhankelijkheden van regimes die weten dat één geopende grensovergang volstaat om de Europese politiek in een blinde paniek te storten. Plannen voor “terugkeerhubs” buiten de EU en sterkere “partnerschappen” met derde landen zijn varianten op hetzelfde thema: elke dichte of verre buur die doorheeft hoe de migratiekraan werkt, krijgt er een permanent drukkingsmiddel in handen. Dat is de ironie van het debat – de taal is die van controle, de uitkomst die van een structurele afhankelijkheid.

Echte soevereiniteit

Wie uit Ceuta concludeert dat we alleen nog hardere grenzen nodig hebben, trekt de verkeerde les. De Europese Unie lijdt aan momenteel aan een verregaande auto-immuunziekte: in haar obsessie om niemand binnen te laten, ondermijnt ze haar eigen waarden, haar eigen rechtsstaat en – paradoxaal – ook haar eigen soevereiniteit. Ze heeft de dodelijkste migratiegrens ter wereld, en toch geen greep op wat daar gebeurt – want de sleutel ligt in Rabat, Tunis, Ankara of Tripoli, niet in Brussel of Madrid. Nog hogere muren en het uitbesteden van het vuile werk aan autocraten maken ons niet sterker, maar zwakker. Pas wanneer Europa durft af te stappen van het failliete 'Fort Europa'-narratief, herwinnen we de regie die we zo krampachtig claimen te zoeken.

Ware soevereiniteit betekent zelf meester blijven van ons lot: een volwassen asielbeleid met eigen opvangcapaciteit, solidaire herverdeling binnen de Unie en een menswaardige, juridisch getoetste afhandeling – in plaats van blanco cheques voor chantagegevoelige buurstaten.

-          Deze bijdrage verscheen eerder bij Knack.

De grootste bedreiging voor onze economie is de loonnormwet

De grootste bedreiging voor onze economie is de loonnormwet