Als een student meer werkt dan hij studeert, dan loopt er iets grondig fout
Vroeger was een studentenjob een extraatje, schrijft Karen Van Aerden. Nu is werken voor veel studenten een noodzakelijk kwaad. Daardoor komt de kernopdracht van het hoger onderwijs onder druk te staan.
Als een student meer werkt dan hij studeert, dan loopt er iets grondig fout
In 2025 werd de grens voor studentenarbeid opgetrokken van 475 naar 650 uur per jaar. Dat komt neer op bijna vier maanden voltijds werken of een volledig academiejaar lang twee dagen per week werken, met de examenperiodes vrij. Op papier lijkt dat een win-winsituatie: studenten kunnen meer verdienen en werkgevers vinden makkelijker personeel in een krappe arbeidsmarkt.
Uit nieuw onderzoek van de VUB blijkt evenwel dat studentenarbeid in België een structureel onderdeel van de onderwijsloopbaan is geworden. Studenten uit financieel kwetsbare gezinnen hebben geen andere keuze dan te werken om hun studies te betalen of om zichzelf of hun familie financieel te ondersteunen. Daardoor belanden ze in een vicieuze cirkel waarin extra werkuren ten koste gaan van studietijd, wat hun slaagkansen onder druk zet. Het gaat om een substantiële groep: 42 procent werkt om zichzelf of zijn familie financieel te ondersteunen en 29 procent moet werken om de eigen studies te kunnen betalen.
Die spanning tussen les en loon wordt bevestigd door de cijfers. Een op de drie studenten geeft in de studie aan lessen of contactmomenten over te slaan om te kunnen werken. Het onderzoek toont aan dat studenten die werken uit financiële noodzaak het grootste risico lopen op een studie-werkconflict en vaker lessen skippen ten voordele van hun studentenjob. Wat wordt voorgesteld als flexibiliteit door digitalisering en hybride onderwijs, is voor hen financiële noodzaak.
Tegelijk laat ook de kwaliteit van de studentenjobs vaak te wensen over. Twee derde van de studenten is actief in horeca en retail, sectoren met onregelmatige uren, een hoge fysieke belasting en een kwetsbare positie tegenover werkgevers. Veel studenten durven geen betere arbeidsvoorwaarden te eisen, een aanzienlijk aantal wordt geconfronteerd met toxisch gedrag, zoals verbaal geweld of ongewenste seksuele aandacht. Is dat de waardevolle eerste werkervaring die we jongeren willen bieden?
Nefast voor de focus
Het argument dat studentenwerk de overgang naar de arbeidsmarkt vergemakkelijkt, blijkt maar gedeeltelijk te kloppen. De meeste studentenjobs sluiten nauwelijks aan bij de gevolgde opleiding. Weinig studenten kunnen vaardigheden die ze in hun studie opdoen, toepassen in hun job. Studentenarbeid is zelden een opstap naar een toekomstige carrière, het is steeds vaker gewoon een noodzakelijk middel om rond te komen, wat nefast is voor de educatieve betrokkenheid en de intellectuele focus die het hoger onderwijs vereist.
Er is nog een opvallende paradox. Enerzijds voert de overheid een structureel beleid dat studentenarbeid actief faciliteert en uitbreidt, onder meer via de verhoging van het aantal toegelaten werkuren. Anderzijds worden studenten die (mede) daardoor studievertraging oplopen, steeds strenger gedisciplineerd. Denk aan de recente voorstellen om ‘eeuwige studenten’ harder aan te pakken met bindende studievoortgangsregels en strengere sancties. Studenten worden dus eerst aangemoedigd om meer te werken en vervolgens bestraft als dat ten koste gaat van hun studievoortgang. De verantwoordelijkheid voor een structureel probleem wordt zo verschoven naar het individu. En gezien de link met de sociaal-economische achtergrond van studenten dreigt de ongelijkheid nog groter te worden.
Ruimte om te studeren
Als we gelijke onderwijskansen ernstig nemen, dringt een koerswijziging zich op. We moeten de financiële druk op studenten verlagen door de werkelijke studiekosten onder controle te houden en de studiefinanciering kritisch te herbekijken, zodat werken opnieuw een keuze kan worden in plaats van een noodzaak. Er moet meer aandacht komen voor de kwaliteit van studentenjobs, om misbruik en slechte werkomstandigheden tegen te gaan. Tegelijk is het belangrijk om de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers te verbeteren, zodat studentenjobs meer aansluiten bij opleidingen en bijdragen aan de ontwikkeling van relevante vaardigheden.
Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat een student in de eerste plaats de ruimte krijgt om te studeren. Studentenarbeid mag geen overlevingsstrategie worden, ze moet een bewuste keuze kunnen zijn.
- Deze bijdrage verscheen eerder bij De Standaard.
Karen Van Aerden
Socioloog verbonden aan de VUB en lid van Denktank Minerva.
✉️ Karen.Van.Aerden@vub.be
Deze opinie is gebaseerd op een eerder verschenen onderzoek van de auteurs:
TUSSEN LES EN LOON: STUDENTENARBEID IN BELGIË ONDER DE LOEP

