Waarom we meesters over ons lot moeten blijven - Jean Jaurès in 2026

Waarom we meesters over ons lot moeten blijven - Jean Jaurès in 2026

Net zoals Jean Jaurès de toxische band tussen de Franse republiek en de absolutistische tsaren in Rusland in vraag stelde, zit ook Europa vandaag verstrikt in een diplomatieke relatie met de VS waar we ons eigen lot uit handen geven.

Op 29 juli 1914, zes dagen voor Duitsland België binnenviel, gaf de Fransman Jean Jaurès zijn laatste speech in het Koninklijk Circus in Brussel. Hij had er die dag met delegaties van de Europese socialistische partijen de diplomatieke crisis besproken. Ondanks de gespannen sfeer verdedigde Jaurès 's avonds de strijd voor de vrede. Voor een overvolle zaal zette hij de absurditeit van de internationale situatie in de verf. Door een diplomatiek falen van de Europese grootmachten zou immers "morgen, zonder dat de menigte weet waarom, zonder dat zelfs de leiders het weten, miljoenen mannen elkaar moeten verscheuren zonder elkaar te haten." Twee dagen na de speech werd Jaurès in Parijs door een Franse nationalist vermoord. Enkele dagen later begon Wereldoorlog I, waar miljoenen elkaar effectief verscheurden. In 2026 staan we - gelukkig - nog niet zo dicht bij een gelijkaardige afgrond. Toch brengt Jaurès ons een belangrijke boodschap.

Jean Léon Jaurès was een voorman van de Franse socialisten. Hij werd aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog vermoord vanwege aanhoudend verzet tegen gewapende conflicten tussen naties.

Republikeins socialisme

Jean Jaurès was vooreerst een republikein die vurig geloofde in de politieke traditie van moderne democratie, geopend door de Franse Revolutie van 1789. Als meermaals verkozen afgevaardigde bleef hij trouw aan het idee van vooruitgang via parlementaire weg. De confrontatie met het sociale vraagstuk, specifiek de mijnwerkersstaking in Carmaux in 1892, maakte van hem een overtuigd socialist. Hij zag het als zijn missie om de politieke spreekbuis te zijn van de arbeidersbeweging, in samenwerking met de ontluikende syndicale en coöperatieve beweging in Frankrijk.

Daarnaast stond hij via de Tweede Internationale in nauw contact met de globale arbeidersbeweging, voornamelijk de oppermachtige Duitse socialistische partij. Grootse figuren van die partij, zoals Karl Kautsky, verweten hem republikeinse 'superstitie'. Maar Jaurès kaatste de bal terug: de absolutistische Kaiser had de Duitse socialisten met beperkte sociale toegiften getemd. Nu durfden ze niet langer te strijden voor een volwaardige parlementaire democratie.

Bovenal was Jaurès in internationale aangelegenheden bezig met het smeden van vrede. Hij was in het parlement de grootste criticus van de brutaliteit van het Franse koloniale bewind, evenwel zonder het kolonialisme op zich in vraag te stellen. Hij hamerde op vredevolle samenwerking met de Duitse socialisten, tegen de bloeddorstige elites en legertoppen in. Een oorlog zou door de arbeiders gevoerd worden, maar zou niet in hun belang zijn. De socialistische partij had in de oorlogskwestie dus een belangrijke rol te spelen. Nochtans was hij geen ideologisch pacifist; in 1910 had hij in een reeks wetten voorgesteld om een Armée Nouvelle op te richten. Het zou bestaan uit milities van burgers, democratisch geselecteerd, die een defensieve rol zouden spelen bij een imperialistische inval. Daarmee wilde hij het traditionele leger, geleid door een kliek reactionaire aristocraten, buitenspel zetten. Dat leger was immers geen vriend van de arbeider, zo werd bij elke staking pijnlijk duidelijk.

Jean Jaurès had één centrale eis: wij, mensen, moeten baas zijn over ons eigen lot

Indien niet als pacifist pur sang, waarom dan opperen voor vrede? Als republikeins socialist had Jaurès één centrale eis: wij, mensen, moeten baas zijn over ons eigen lot. Dat betekent dat de toekomst van de mensheid niet door een selecte groep zou mogen worden bepaald, en al zeker niet door dynamieken die boven onze hoofden ingrijpen en ons blind vooruitduwen.

Het is juist dit gebrek aan autonomie dat Jaurès de oorlogszuchtige patriotten verweet. De ontluikende competitie voor imperiale macht had in de decennia voor Wereldoorlog I een complexe oefening in balanceren tussen territoriale belangen gecreëerd, zowel binnen als buiten Europa. De supermachten zaten gekneld in een web van allianties waar ieder probeerde zijn imperiale, geopolitieke toestand veilig te stellen. Zo had Frankrijk zijn lot verbonden met het Russische absolutisme van de tsaar en moest nu oogluikend zijn expansiedrift toestaan, iets waar Jaurès zich hevig tegen verzette. In deze diplomatieke toestand steeg de temperatuur stelselmatig. Elk land ging zich 'preventief' tot op de tand bewapenen. Jaurès bleef hameren op de absurditeit van deze dynamiek. De mens is immers geen pop aan de koorden van imperiale competitie, maar een speler in haar zijn geschiedenis. Zoals Jaurès net voor het startschot van de Groote Oorlog, blijven historici vandaag met veel verbazing kijken hoe Europa 'slaapwandelde' in de grootste machinale slachting ooit.

Amerikaanse maalstroom

Dreigen wij vandaag ons lot uit handen te geven? We staan niet aan de avond van een nieuwe wereldoorlog. Toch zien we dat de wereldpolitiek een bocht neemt en de periode van 'vreedzame' globalisering lijkt te eindigen. In de nasleep daarvan kunnen we grip verliezen op onze beleidsprioriteiten. Alsof de stroom van de wereldgeschiedenis versnelt en we meegesleurd worden in plaats van te kanaliseren.

De Europese politiek heeft inzake vergroening haar eigen daadkracht laten varen

De Europese politiek heeft inzake vergroening de laatste tijd haar eigen daadkracht laten varen. In de nasleep van de Russische inval in Oekraïne en de energiecrisis van 2022, is de groene agenda in de koelkast geschoven. Een eigenaardige situatie ontplooit zich: de opwarming van de aarde is, op enkele extreemrechtse figuren na, een algemeen aanvaard probleem. Toch hebben we de politieke wil om een bewust transitiebeleid te voeren, laten varen. Het is immers niet meer realistisch in de wereld van vandaag. De geopolitiek en competitieve wereldmarkt waaien binnen en dicteren de agenda, alsof we geen handvaten hebben om die veranderende wereld in een goede richting te trekken.

In het begin van het derde millennium was Europa nog de koploper. Het ETS-systeem voor emissiehandel trad al in werking in 2005. Hoezeer ook bekritiseerd als neoliberaal beleidsinstrument, het was een duidelijk signaal van de politiek dat groene groei het Europese pad in de globale economie zou zijn. Tijdens het eerste mandaat van Von der Leyen kwam er zelf een acceleratie van die politiek. De European Green Deal, aangekondigd in december 2019, beloofde een klimaatneutrale economie tegen 2050. Sindsdien is een nieuwe coalitie van industriële energie-intense bedrijven en conservatieve politici ontstaan die de vergroeningsagenda zoveel mogelijk torpedeert. Bart De Wever en zijn Antwerpse industrie zijn er onze lokale, ideaaltypische versie ervan.

Net zoals Jean Jaurès de toxische band tussen de Franse Republiek en de absolutistische tsaren in Rusland in vraag stelde, zit ook Europa verstrikt in een diplomatieke relatie met de VS waar we ons eigen lot uit handen geven. De VS hebben een keuze gemaakt om hun machtsbasis op fossiele grondstoffen uit te buiten om hun leiderschap in de wereld zolang mogelijk te behouden. Europa dreigt op dit fossiel pad te worden meegetrokken. Vorige zomer beloofde Von der Leyen Trump nog om 750 miljard dollar energieaankopen te doen in de VS. Dat zal voornamelijk Amerikaans LNG zijn, geproduceerd van schaliegas. De belofte werd gedaan als wederdienst om de nieuwe importtarieven niet al te hoog te zetten. Onze economische toekomst dreigt zo vanuit Washington te worden gedirigeerd.

De politieke implicaties van het doorgedreven partnerschap met de VS zijn al even pijnlijk. De VS hebben Europa meegesleurd in de steun aan bondgenoten die mensenrechten aan hun laars lappen, tot zover Europese elites zelf de genocide in Gaza al niet minimaliseerden. Ons bondgenootschap heeft ook een schaapachtige houding gecreëerd tegenover schendingen van het internationaal recht, soms zelfs met bedreigingen dat Europa het volgende slachtoffer zou kunnen worden - zie Groenland. De Amerikaanse maalstroom laat weinig ruimte voor een Europese politiek. Op z'n best zijn oproepen voor 'strategische autonomie' van Bart De Wever niets meer dan een kleinschalige variant van de Amerikaanse cynische geopolitiek, die minister van Defensie, Theo Francken, maar al te graag wil uitvoeren.

Meer en meer kristalliseren deze verschuivingen in de westerse politiek zich rond de vraag wat te doen met het nieuwe Chinese gevaar. Brussel is bezorgd om haar positie op de globale markten omdat enkele sleutelsectoren de competitie moeilijk te baas kunnen. Duits bondskanselier Merz' antwoord op de uitdaging is om regulatie en lonen te beperken. Het kan dan nog pijnlijk zijn, we moeten nu eenmaal competitief kunnen zijn. Zo'n beleidsantwoord staat in contrast met Anton Jägers voorstel om een politiek antwoord te vinden via "kritische integratie" met China. Dat antwoord vertrekt niet van opzettelijke blindheid voor het Chinese staatsapparaat, maar is een oproep om zelf beleidsprioriteiten in te passen in een veranderende wereld. De wereld verschuift inderdaad, maar daarom hoeven we niet meegesleurd te worden in een race to the bottom waar de sociale en groene agenda begraven zijn.

De wereld verschuift inderdaad, maar daarom hoeven we niet meegesleurd te worden in een 'race to the bottom'

In Washington wordt de Chinese staat vooral gezien als een bedreiging op het Amerikaanse wereldleiderschap. Al wordt er telkens een diplomatieke détente gezocht tussen Jinping en Trump, de spanningen hebben de laatste jaren nog nooit zo scherp gestaan. Een sluimerende militarisering komt in een geopolitieke context terecht waar die kan accelereren. Het kan een explosieve diplomatieke situatie creëren, gelijkaardig aan de context waarmee Jean Jaurès werd geconfronteerd.

Gevaarlijk spel

Te allen tijde kan de politiek de controle verliezen over haar eigen lot. Tijdens de Eerste Marokkaanse Crisis (1905), waar Frans en Duits expansionisme in een diplomatieke rel verzeild raakten, overzag Jaurès de situatie. Hij schreef dat het "een erg gevaarlijk spel was. Wanneer twee conducteurs hun treinen recht op elkaar afrijden en hun bedoelingen onbekend zijn, kan niemand weten hoe het zal aflopen. […] Als dit inderdaad een spel is, dan spelen de passagiers liever een ander spel."

Als republikeinse socialist ijverde Jaurès ervoor om ons niet slaafs over te leveren aan economische of diplomatieke rampkoersen. Laten we dat streven ook vandaag verderzetten.

Brecht Rogissart Denktank Minerva

Brecht Rogissart

Doctor in de geschiedenis, onderzoeker bij FairFin en lid van Denktank Minerva.

 ‘VDAB als sanctiefabriek? Werkzoekenden worden steeds meer behandeld als paria’s’

‘VDAB als sanctiefabriek? Werkzoekenden worden steeds meer behandeld als paria’s’

Als een student meer werkt dan hij studeert, dan loopt er iets grondig fout

Als een student meer werkt dan hij studeert, dan loopt er iets grondig fout