QE - for the people? Monetair beleid na de Grote Financiële Crisis

QE - for the people? Monetair beleid na de Grote Financiële Crisis

In september 2008 kwam de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers ten val. Wat volgde was een financiële crisis van ongeziene proporties die de hele wereldeconomie mee de dieperik in trok. Om de crisis in te dammen zagen centrale banken zich gedwongen uitzonderlijke maatregelen te nemen. Wellicht de meest controversiële maatregel was QE, of kwantitatieve verruiming: het massaal opkopen van financiële activa met als doel de langetermijnrente te drukken en zo investeringen aan te moedigen. Op 13 december, tien jaar na het uitbreken van de Grote Financiële Crisis, zal de Europese Centrale Bank naar alle waarschijnlijkheid aankondigen dat ook zij hun QE-programma zullen stopzetten. Tijd, dus, om lessen te trekken uit het monetaire beleid na de crisis en een evaluatie te maken van tien jaar macro-economisch stabiliseringsbeleid.

Uit deze evaluatie voor Denktank Minerva van Mattias Vermeiren en Hielke Van Doorslaer, onderzoekers aan de Universiteit Gent gespecialiseerd in monetair beleid, blijkt dat het QE-programma van de Europese Centrale Bank (ECB) in grote mate inefficiënt was, o.a. door een gebrek aan flankerend expansief begrotingsbeleid. De gebreken in de structuur van QE zelf wijzen echter de weg naar een monetair crisisbeleid aangepast aan de hedendaagse economische context: monetaire financiering van de overheid, of helikoptergeld: QE — for the people.

Mattias Vermeiren en Hielke Van Doorslaer tonen in deze studie het belang aan van QE in het indammen van de crisis. Hun studie maakt duidelijk dat het budgettaire beleid van de lidstaten van de eurozone, gedreven door hun geloof in de leer van ‘expansieve zuinigheid’ of de theorie dat besparingen de economie kunnen aanzwengelen, het haast noodzakelijk maakte dat de ECB overging tot een programma van QE om de economie uit het slop te trekken.

Vermeiren en Van Doorslaer gaan ook dieper in op de meest controversiële aspecten van QE, zoals het verwijt dat QE zou leiden tot een ontsporing van de inflatie, dat QE de onafhankelijkheid van de centrale bank in het gedrang zou brengen, dat het overheden vrije baan zou geven tot het aangaan van steeds meer schulden, of dat QE de ongelijkheden tussen arm en rijk nog zou vergroten. Veelal blijkt dat de meeste ‘conservatieve’ kritieken op QE niet stroken met de feiten.

Toch is deze studie geen verdediging van QE. Vermeiren en Van Doorslaer tonen immers aan dat QE en het gevoerde macro-economisch beleid er niet in geslaagd zijn hun doelstellingen waar te maken. Het duurde een volledig decennium voor de meeste geavanceerde economieën hun outputkloof, het verschil tussen hun potentiële groei en hun actuele groei, wisten te dichten: een teken dat de geaggregeerde vraag ver onder de maat bleef, en onvoldoende gestimuleerd werd. Dit falen heeft een zware kost: onnodig veel mensen zijn hun job verloren of vonden geen werk, en noodzakelijke investeringen bleven achterwege, omdat het macro-economisch beleid niet deed wat het moest doen. We hebben jaren verloren.

De crisis heeft met andere woorden het falen van het heersende macro-economische beleidskader aangetoond, en de zware beperkingen van QE om de economie in tijden van crisis voldoende te ondersteunen. Centrale banken moeten het daarom over een andere boeg gooien, argumenteren onderzoekers Vermeiren en Van Doorslaer: geen geld pompen in financiële markten, zoals met QE gebeurt, maar rechtstreeks injecteren in de reële economie.

Dit gebeurt best in een gecoördineerde aanpak met het begrotingsbeleid, om te voorkomen dat de expansieve maatregelen van de centrale bank weer actief tegengewerkt worden door onproductieve bezuinigingen. Daarom zouden centrale banken moeten overgaan tot monetaire financiering, waarbij zij extra geld scheppen en overmaken aan de regering of een publiek investeringsfonds om gericht te investeren in de reële economie. De extra middelen kunnen zo bijvoorbeeld aangewend worden om de nodige investeringen te doen om de klimaattransitie mogelijk te maken.

Het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie bevat echter een expliciet verbod op monetaire financiering. De ECB kan als alternatieve optie echter rechtstreeks geld overmaken aan de Europese huishoudens: het zogenaamde ‘helikoptergeld’. Op die manier wordt de omweg via de financiële markten vermeden: het gecreëerde geld moet niet eerst langs commerciële banken en investeringsfondsen passeren in de hoop dat het via ‘trickle down’ de reële economie zou bewateren; de reële economie wordt op directe wijze gestimuleerd doordat het geld rechtstreeks naar de burgers zelf vloeit. Het is QE, maar voor het volk.

Een nieuwe kwetsbaarheid. De lagere inkomensklassen in België (1985-2016).

Een nieuwe kwetsbaarheid. De lagere inkomensklassen in België (1985-2016).

Jeugdhulp in crisis? De staat van de jeugdhulp in Vlaanderen anno 2018. Een analyse in cijfers.

Jeugdhulp in crisis? De staat van de jeugdhulp in Vlaanderen anno 2018. Een analyse in cijfers.